Baanbrekend onderzoek - DRUP-studie
Bestaande medicijnen inzetten voor patiënten met andere kankersoorten
Kun je patiënten met maagkanker succesvol helpen met een medicijn tegen borstkanker? Hoogleraar medische oncologie Emile Voest van het Antoni van Leeuwenhoek laat in de DRUP-studie zien dat het kan. In dit nationale samenwerkingsverband zoekt hij naar nieuwe toepassingen voor bestaande medicijnen. Daarmee schenkt hij nieuwe mogelijkheden aan patiënten waarvoor geen opties meer beschikbaar leken.
Het toverwoord in deze studie is ‘DNA-profiel’. Elke lichaamscel heeft DNA, een langgerekt molecuul waarin erfelijke informatie ligt opgeslagen. Bij kankercellen wijkt het DNA af, omdat er foutjes in zijn geslopen. Cellen zijn (gelukkig!) vaak in staat om die fouten te repareren, maar dat lukt niet altijd. Dan kunnen de cellen gaan woekeren en kwaadaardig worden. Zo ontstaat kanker. Het DNA-profiel van een tumor is dan een kenmerkend patroon aan fouten dat onderzoekers terugzien in het DNA van de kankercellen.
Verschillende tumoren, zelfde DNA-kenmerken
“Er zijn in de afgelopen jaren veel goede medicijnen ontwikkeld die specifiek werken tegen kankercellen met een bepaald DNA-profiel”, vertelt Voest. “Maar zo’n DNA-profiel is niet voorbehouden aan één tumorsoort. Een patiënt met darmkanker kan hetzelfde DNA-profiel hebben als een patiënt met borstkanker. En het borstkankergeneesmiddel zou dan ook goed voor deze darmkankerpatiënt kunnen werken. Maar deze medicijnen zijn niet geregistreerd en dus niet beschikbaar voor deze vorm van kanker.”
Dat roept vragen op. Voest legt uit: “Het gaat vaak om prijzige medicijnen, die alleen worden vergoed voor het tumortype waarbij ze hun werking reeds hebben bewezen. Heel soms gebeurt het dat een individuele arts voor een patiënt toch een middel rechtstreeks van de fabrikant krijgt, maar het probleem daarmee is dat niet systematisch wordt vastgelegd of het middel wel of niet heeft gewerkt. Wat je dus ziet is dat daarmee kansen niet worden benut die er wél zijn. Andersom ook: het kan natuurlijk ook zo zijn dat een middel toch niét werkt. Dat is belangrijk om goed vast te leggen, anders bouw je die kennis niet op.”
Een voorbeeld is het middel Herceptin, dat is onderzocht en geregistreerd voor borstkanker. Voest: “Het heeft 12 jaar geduurd voordat dit medicijn óók werd geregistreerd voor maagkankerpatiënten met eenzelfde afwijking. Al die tijd heeft dat middel gewoon op de plank gelegen. Dan denk ik: je kunt wel allemaal nieuwe geneesmiddelen gaan ontwikkelen, maar kijk toch ook eens naar wat er nu al ligt en hoe je daar meer patiënten mee kunt helpen.”
De DRUP-studie
Dat is precies wat de DRUP-studie beoogt. “Er doen 12 medicijnfabrikanten mee, die 26 middelen tot onze beschikking stellen. Wij voeren DNA-analyses uit bij patiënten om te bepalen of hun DNA-profiel matcht met zo’n middel. In de afgelopen 2,5 jaar hebben zich bijna duizend patiënten aangemeld. Bij die DNA-analyses vind je allerlei mogelijke doelwitten voor medicijnen. Ruim vierhonderd patiënten konden we daadwerkelijk in behandeling nemen.”
Als er voor een patiënt een passend medicijn is gevonden, dan begint het klinische gedeelte van de studie. “Dan geven we dat geneesmiddel stapsgewijs: we beginnen met een groepje van 8 patiënten. We verzamelen gegevens over de uitkomsten. Als we zien dat meer dan 1 patiënt baat heeft bij het middel, dan breiden we de groep uit naar 24 patiënten. Als er dan 5 of meer patiënten zijn die goed reageren op het medicijn, gaan we bepalen hoe we het breder toepasbaar kunnen krijgen. Een voorbeeld zijn tumoren met een zogeheten MSI-profiel. Tweederde van deze patiënten bleken baat te hebben bij een bestaande immunotherapie. We zijn nu met verschillende partijen bezig er vorm aan te geven dat dit middel straks voor meer patiënten met dit profiel beschikbaar is.”
Lees meer over immunotherapie bij MSI-tumoren op de website van het Antoni van Leeuwenhoek, waar dr. Daphne van der Velden eind 2018 promoveerde op deze ontdekking.
Toekomstdromen
Op de slotvraag hoe Voest het kankeronderzoek zich verder ziet ontwikkelen in de komende jaren, is hij gemengd optimistisch en realistisch. “Het is een inspirerende tijd om onderzoek te doen. We weten en kunnen steeds meer. Maar naarmate je meer weet, leer je ook dat je veel niet weet. Ik zou graag willen zeggen dat we nog vóór mijn pensioen het Antoni van Leeuwenhoek kunnen sluiten omdat het probleem onder controle is, maar daar is de ziekte veel te complex voor. Wel is het zo dat een uitgezaaid melanoom 5 jaar geleden nog gelijk stond aan een doodsvonnis. Het is nog steeds een nare ziekte, maar met immunotherapie is er inmiddels wel een veel beter perspectief. Er zijn nog veel tumorvormen waarop we zulke terreinwinst nog moeten zien te boeken. Als wetenschappers werken we er keihard aan om dat mogelijk te maken.”
Nieuws en resultaten
April 2026
Ongeveer 1 op de 3 patiënten met vergevorderde kanker heeft baat bij medicijnen die zijn ontwikkeld voor een andere kankersoort. Dat blijkt uit de resultaten van de DRUP-studie onder ruim 1.600 patiënten. Zij kregen een behandeling op basis van de DNA-afwijkingen in hun tumor, met bestaande medicijnen die zijn goedgekeurd voor andere kankersoorten. Deze aanpak is extra relevant voor patiënten met zeldzame kanker, omdat er voor hen vaak weinig medicijnen beschikbaar zijn.
Bij 35% van de evalueerbare patiënten had de behandeling effect: de tumor werd kleiner of bleef minstens 16 weken stabiel. De sterkste effecten traden op bij afwijkingen in de genen MSI-H, BRAF p.V600E en BRCA1/2. Opvallend is dat 67 patiënten uitzonderlijk goed reageerden: bij hen verdween de kanker volledig of bleef de ziekte minstens 2 jaar onder controle. Dit laat zien dat bestaande medicijnen ook bij andere kankersoorten langdurig effect kunnen hebben. Tegelijk kreeg 1 op de 4 patiënten ernstige bijwerkingen.
De resultaten maken duidelijk dat deze aanpak waardevol kan zijn, maar alleen binnen studies die goed meten wat werkt, wat niet werkt en hoe veilig de behandelingen zijn.
- Lees de publicatie in Nature
- Lees het nieuwsbericht van het LUMC
- Lees het nieuwsbericht van het Nederlands Kanker Instituut (Engels)
Maart 2026
De combinatie van de medicijnen dabrafenib en trametinib blijkt goed te werken bij patiënten met een hersentumor met een BRAF V600E-mutatie. Deze geneesmiddelen zijn al goedgekeurd voor andere kankersoorten met dezelfde mutatie, zoals melanoom. 30 patiënten met een hersentumor, waaronder glioblastoom, pilocytair astrocytoom en pleomorf xanthoastrocytoom, kregen deze behandeling. Bij 76% van de 25 evalueerbare patiënten had de behandeling effect: bij 11 patiënten werd de tumor kleiner en bij 8 bleef de ziekte minstens 16 weken stabiel. Er werden geen onverwachte bijwerkingen gevonden.
- Lees de publicatie in het European Journal of Cancer
Oktober 2025
54 patiënten met uitgezaaide tumoren met fouten in verschillende DNA-herstelgenen kregen de PARP-remmer olaparib. Dit medicijn voorkomt dat kankercellen DNA-schade kunnen repareren. De gevoeligheid voor de behandeling verschilde sterk per gen. Patiënten met een CDK12-mutatie hadden soms baat bij de behandeling, maar bij ATM- en PPP2R2A-mutaties werkte olaparib nauwelijks. Er werden geen nieuwe bijwerkingen gevonden. De resultaten laten zien dat de werking van PARP-remmers sterk afhangt van welk gen is aangetast. Brede goedkeuring voor gebruik van olaparib bij fouten in de DNA-reparatie is waarschijnlijk niet terecht.
- Lees de publicatie in het International Journal of Cancer
Juli 2022
Op basis van DRUP-data besluit het Zorginstituut dat nivolumab vanaf 1 juli 2022 wordt vergoed uit het basispakket voor volwassen patiënten met uitgezaaide dMMR/MSI-tumoren zonder andere behandelopties. Daarmee groeit de eerdere pilot uit tot reguliere vergoeding. De DRUP-studie heeft laten zien dat meer dan 40% van deze patiënten langdurig voordeel van nivolumab heeft: de tumor wordt kleiner of verdwijnt zelfs.
- Lees het nieuwsbericht van het Antoni van Leeuwenhoek
Februari 2022
De DRUP-trial laat mooie resultaten zien bij patiënten met een zeldzame vorm van kanker. Aan het onderzoek deden tot nu toe 500 patiënten mee, waarvan 164 met een zeldzame kankersoort. Bij de zeldzame én de niet-zeldzame kankervormen had een derde van de patiënten baat bij één van de 25 beschikbare geneesmiddelen. Deze resultaten laten zien dat het analyseren van tumor-DNA kan leiden tot betere behandelingen.
- Lees de publicatie in Clinical Cancer Research
- Lees het persbericht van de Hartwig Medical Foundation, dat de DNA-analyses uitvoert.
Juni 2019
Resultaten uit de DRUP-studie leiden tot een nieuw vergoedingsmodel voor nivolumab bij patiënten met een zeldzaam MSI/dMMR-tumorprofiel. Via deze pilot krijgen patiënten toegang tot het middel als zij daar binnen de studie baat bij blijken te hebben.
- Lees het nieuwsbericht van het Antoni van Leeuwenhoek
- Lees het nieuwsbericht van de NOS