'Werk maakt dat ik meetel'
Norinda (59 jaar) geeft taalles aan kinderen. Na de diagnose leiomyosarcoom (wekedelen tumor) heeft ze ongeveer 2 jaar niet gewerkt. Norinda kreeg 2 zware operaties, chemotherapie en bestraling. Ze is na een re-integratietraject weer aan het werk.
Werk geeft betekenis
“Werk betekent veel voor mij. Zeker in deze periode. Het geeft afleiding en helpt me mijn gedachten te verzetten. Thuis ben je toch anders bezig. Met het huishouden of koffiedrinken met vrienden. Maar op mijn werk kan ik op een ander niveau denken en functioneren.
Ik hou van mijn werk en van de kleuters. Dat miste ik enorm toen ik ziek was. Maar werk geeft me ook het gevoel dat ik meetel. Mensen vullen soms voor je in wat je wel of niet kunt. Door te werken draai ik mee in de maatschappij en kan ik iets betekenen.
Als ik werk, kan ik mijn gedachten verzetten en weer op een ander niveau denken.
Geen taboe
Toen ik de diagnose kreeg heb ik het meteen gedeeld met mijn collega’s. En ook de ouders en kinderen hoorden gewoon dat juf Norinda kanker had. Er zat voor mij geen taboe op. Het is niet iets waar ik voor heb gekozen. Het is mij overkomen.
Tijdens mijn behandeling heb ik ook bewust contact gehouden met mijn werk. Met mijn klas had ik videocontact en met collega’s appte en mailde ik. Of ik ging ‘op de koffie’. Dat hielp om betrokken te blijven en maakte de stap om weer te starten kleiner.
Veel steun
Na mijn behandelingen ben ik mijn werk weer gaan opbouwen. Sinds kort werk ik weer volledig: 2 dagen voor mijn eigen klas en 3 halve dagen als ambulant begeleider. Daarnaast geef ik ook een avond inburgeringscursus. Dat gaat goed, al merk ik natuurlijk verschil. Ik ben er een tijd uit geweest en moet weer wennen aan systemen en administratie. Maar het lesgeven zelf is gewoon zoals het altijd was.
Ik krijg steun van mijn collega’s en mijn directeur. Tijdens de re-integratie heeft zij me ook goed begeleid. We maakten samen plannen over wat ik aankon. Die medewerking was heel fijn.
Ik ben blij dat ik weer kan werken. Het geeft me het gevoel dat ik iets beteken.
Niet alles kan meer
Sinds de behandeling heb ik een zwaar en dik rechterbeen door oedeem. Ook ben ik door de operaties spieren kwijtgeraakt. Daardoor ben ik minder mobiel en heb ik minder kracht in dat been. Sommige dingen kan ik niet meer. Vroeger zat ik gewoon op de kleuterstoeltjes. Nu heb ik een kruk die hoog staat zodat ik makkelijker kan opstaan.
Ook merk ik dat mijn concentratie minder is, vooral bij administratieve taken. Dan moet ik mezelf echt dwingen om mijn gedachtes erbij houden. Het helpt om alles te noteren en een agenda bij te houden.
Balans en acceptatie
Voor mijn ziekte werkte ik heel veel. Nu doe ik dat anders. Minder uren, maar beter in balans. Dat voelt goed. Tegelijk is het soms lastig om te accepteren wat niet meer kan. Ik speelde softbal. Ik gaf zelf gymles op school. Dat lukt me nu niet meer. Het is een proces om me er bij neer te kunnen leggen. Qua werk gaat het nu prima. Ik ben vooral blij dat ik weer kan werken. Maar privé vind ik het nog wel eens frustrerend.
Wees open over wat wel en niet gaat, dan kunnen mensen je helpen.
Tips
Voor anderen in een vergelijkbare situatie zou ik zeggen: als het kan, probeer te blijven werken. En praat erover met je leidinggevende en collega’s. Wees open over wat wel en niet gaat. Dan kunnen mensen rekening met je houden.
En om de afstand te verkleinen raad ik aan om regelmatig te gaan buurten, even je gezicht te laten zien. Dat heb ik als heel positief ervaren.”