'Werk maakt dat ik even geen patiënt ben'
Kirsten (27 jaar) werkt als vastgoedbeheerder. Na een zware operatie vanwege een liposarcoom (wekedelen tumor) is ze opnieuw aan het ontdekken wat werk voor haar betekent.
Weer mezelf voelen
"Ik noem mezelf voorzichtig een ex-kankerpatiëntje. Voor zover we weten is er geen kanker meer in mijn lijf, maar die onzekerheid blijft. Elke controle is spannend. Juist daarom betekent werk nu zoveel voor me.
Op mijn werk ben ik even minder patiënt.
Werk is afleiding. Het haalt me uit die 4 muren en uit mijn hoofd. Even bezig zijn met iets anders dan mijn gezondheid. Problemen oplossen, schakelen, dingen regelen – dat heb ik echt gemist. Het helpt me om weer mezelf te voelen. Niet wie ik was, want die versie komt niet meer terug, maar wel een nieuwe versie van mezelf.
Gedwongen stilstand
Voor mijn ziekte stond ik altijd ‘aan’. Ik wilde mezelf bewijzen, doorgroeien en alles tegelijk goed doen: werk, thuis, als moeder. Die lat lag hoog. Achteraf zie ik dat ik altijd maar doorging.
Kanker heeft me daar keihard in afgeremd. Ineens kon ik niet meer. En moest ik leren dat werk belangrijk is, maar nooit belangrijker dan mijn gezondheid. Mijn werkgever heeft me daarin echt beschermd. Ik wilde doorgaan, maar zij zeiden: focus nu eerst op jezelf. Dat heeft me geholpen om grenzen te leren stellen.
Niet alleen patiënt zijn
Toen ik hoorde dat ik kanker had, heb ik mijn manager gelijk geappt. Ik kon niet bellen. Ik was bang dat ik te emotioneel zou worden. Daarna heeft zij het team geïnformeerd.
Wat me opviel tijdens mijn ziekte, is dat veel collega’s afstand hielden. Niet uit onwil, maar omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Terwijl ik juist behoefte had aan contact.
Je hoeft het niet altijd over kanker te hebben.
Vertel me over je dag, over iets dat misging, over iets leuks. Dat helpt. Want je bent al de hele dag patiënt. Dan wil je niet dat je wereld alleen nog maar daaruit bestaat.
Een ander lichaam, een andere rol
Na mijn operatie moest ik opnieuw leren lopen. Mijn lichaam werkt niet meer zoals eerst. Mijn been is blijvend beschadigd en de vermoeidheid is er nog steeds. Dat betekent ook dat ik mijn oude functie niet meer volledig kan invullen.
Dat was confronterend. Tegelijk kijk ik nu meer naar wat wél kan. Mijn re-integratie gaat goed, we bouwen rustig op en kijken samen wat past. Werk geeft me energie, maar ik moet ook keuzes maken. Dat evenwicht blijft zoeken.
Ik kan niet meer precies hetzelfde als vroeger, maar ik kan nog steeds veel betekenen.
Blijven praten
Wat ik heb geleerd, is hoe belangrijk het is om het gesprek aan te gaan. Over wat je nodig hebt, waar je tegenaan loopt, maar ook over de gewone dingen.
Kanker is voor veel mensen spannend, maar het hoeft geen taboe te zijn. 1 op de 2 mensen krijgt het. Waarom zijn we bang om erover te praten? Mijn advies: als je niet weet wat je moet zeggen, vraag er gewoon naar. Ga het gesprek aan. Ik ben niet alleen iemand die kanker heeft gehad. Ik ben ook moeder, partner en collega.
En juist werk helpt me om dat weer te voelen.
Je wordt nooit meer wie je was, maar wel een nieuwe versie van jezelf.