Hormoontherapie op maat

Onderzoeker Kenneth Gilhuijs in tuin met bloemen
Ik ben bezig met zowel het theoretische aspect als het oplossen van problemen in de kliniek.
Dr. Kenneth Gilhuijs

Het Elfstedenzwemtocht-onderzoek van Kenneth Gilhuijs

In de afgelopen decennia zijn er veel effectieve behandelingen ontwikkeld voor verschillende tumorsoorten. Grote vraag blijft echter: welke tumor vraagt om welke behandeling en hoe lang moet die behandeling duren? Kortom, hoe komen we tot een behandeling op maat voor elk individu, in plaats van een ‘one-size-fits-all’-benadering?

Binnen die vraagstelling past ook het onderzoeksproject van fysicus Kenneth Gilhuijs. Aan het UMC Utrecht wil hij een test ontwikkelen die het mogelijk maakt om vooraf te bepalen in welke mate een patiënt baat zal hebben bij hormoontherapie. Momenteel krijgen veel vrouwen met hormoongevoelige tumoren deze behandeling, om te voorkomen dat de tumor na de operatie weer terugkeert. 

Over- en onderbehandeling

“Er is momenteel geregeld sprake van over- of onderbehandeling”, opent de onderzoeker. “Bij sommige vrouwen behalen we een heel goed resultaat na 5 jaar hormoontherapie, maar is achteraf de vraag of we dat resultaat niet óók hadden behaald met een minder sterke behandeling. En daarmee dus ook minder bijwerkingen. Want vergis je niet, die zijn heftig. Veel vrouwen houden het dan ook niet vol om 5 jaar lang die tabletten te slikken.”

Aan de andere kant zijn er ook vrouwen die geen baat hebben bij de hormoontherapie. Of die juist een veel beter vooruitzicht hebben wanneer ze 10 jaar hormoontherapie zouden krijgen. Het zijn problemen die schreeuwen om een goede test. Een test die vooraf voor elke patiënt uitwijst wat de optimale hormoontherapie zou zijn.

Wij kijken naar de borst waar de tumor niet in zit. Dat klinkt misschien raar.

“Voor chemotherapie is zoiets er al, de Mammaprint”, weet Gilhuijs. “Die kijkt naar moleculaire kenmerken van de borsttumor en voorspelt aan de hand daarvan de kans op terugkeer van de tumor. En of aanvullende chemotherapie dus wel of niet nodig is. Voor hormoontherapie is zo’n tool er nog niet.”

Wat vertelt een MRI-scan allemaal?

De oplossing die Gilhuijs en zijn team willen bieden, zit opgesloten in MRI-scans. “Voor de diagnose wordt zulke beeldvorming momenteel gebruikt om te kijken of er een tumor is, hoe groot die is en of die goed reageert op de behandeling. Dat heeft allemaal met de diagnose te maken, maar wij kijken een stap verder. We denken namelijk dat dezelfde scan ook informatie geeft over wat er over 10 jaar met die patiënt gebeurt.”

“En nu komt het unieke”, vertelt Gilhuijs enthousiast, “wij kijken naar de borst waar de tumor niét in zit. Dat klinkt misschien raar, maar als je in de gezonde borst kijkt, stap je in feite in een tijdmachine en zie je gespiegeld de situatie vóórdat er een tumor in de andere borst groeide. Dat gezonde weefsel kun je zien als een soort voedingsbodem, die de tumor heeft gemaakt tot hoe die is.”

Toeval?

“Toen we dat deden kwamen we eigenlijk per toeval achter dat de doorbloeding van de gezonde borst sterk samenhangt met de overleving van die vrouw. Daar waren we eigenlijk helemaal niet naar op zoek, maar we vonden het wél. We dachten eerst aan toeval, maar zijn toen naar een groot instituut in de VS gegaan (het Memorial Sloan Kettering Cancer Center) om dit verband na te rekenen voor MRI-scans van een grotere groep borstkankerpatiënten. Daaruit bleek wederom dat een gezonde borst met een goede doorbloeding betere overlevingskansen biedt.”

We hebben een gereedschapskist met daarin veel mooie technieken.

De vervolgvraag is dan natuurlijk waarom dat zo is. Dat is ook onderdeel van dit project. “We hebben daar verschillende ideeën over. Het kan met het immuunsysteem te maken hebben. Dat vecht tegen de tumor, en een betere doorbloeding helpt daarbij. Een deel van de hormoontherapie-medicijnen heeft ook het bloed nodig om op de juiste plek aan te komen. Bij de microscopisch kleine uitzaaiinkjes in de borst bijvoorbeeld. Bij een slecht doorbloede borst komt het medicijn daar niet terecht. Dan moet je je afvragen of dat type hormoontherapie wel de juiste zal zijn.”

Het onderzoeksteam kijkt in dit project terug in de tijd naar de gegevens van tumoren van een grote groep behandelde borstkankerpatiënten in Nederland. “We beschikken over de moleculaire samenstelling van die tumoren, over de data van beeldvormende technieken zoals MRI-scans, we hebben de overlevingscijfers van deze vrouwen… dat is een hele waardevolle dataset waarin we goed kunnen uitzoeken of MRI-scans een goede voorspellende waarde hebben om hormoontherapie op maat te kunnen bieden. Ook houden we rekening met de verschillende fabrikanten van MRI-scanners, zodat de test die wij willen ontwikkelen robuust genoeg is om deze verschillen mee te nemen.”

Brug tussen theorie en praktijk

Dit project past perfect in het werk van Gilhuijs, die als klinisch fysicus de brug slaat tussen de natuurkunde achter MRI-scans, en de toepassing voor de patiënt. “Ik ben met mijn team constant op zoek naar klinisch relevante vraagstukken. Ik zie het zo: we hebben een gereedschapskist met daarin veel mooie technieken. Ik werk veel samen met artsen, die willen weten wat er allemaal in die gereedschapskist zit. Dat maakt mijn werk zo leuk: ik ben bezig met zowel het theoretische aspect als het oplossen van problemen in de kliniek.”