Voortgang onderzoek naar darmkanker

Buisjes in het laboratorium.

Geven voor onderzoek naar darmkanker

​In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 14.400 mensen darmkanker. ​Daarmee is het de 3e meest voorkomende kankersoort in ons land. Door het bevolkingsonderzoek wordt deze diagnose vaker gesteld dan voorheen. Met steun van onze Zakenvrienden financieren we onderzoeken naar betere behandelingen, de rol van het afweersysteem bij darmkanker, nieuwe operatietechnieken, betere manieren om de ziekte vroeg op te sporen en onderzoek naar kwaliteit van leven.

Mijlpaal: bevolkingsonderzoek ingevoerd

Sinds 2014 wordt het landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker stapsgewijs ingevoerd. Mensen tussen 55 en 75 jaar krijgen een oproep om ontlasting op te sturen. In het laboratorium wordt bepaald of daarin sporen van bloed aanwezig zijn, wat kan duiden op darmkanker. Een belangrijke ontwikkeling, omdat tumoren hierdoor vaker op tijd worden ontdekt en de kans op een geslaagde behandeling toeneemt.

Darmkanker nauwkeuriger opsporen

Het opsporen van darmkanker via een bloedtest van de ontlasting is niet altijd even nauwkeurig. Daarom kende KWF 6 miljoen euro toe aan een internationaal onderzoeksteam dat onderzoekt of deze test beter kan. Deze methode kijkt naar DNA en eiwitten in het bloed. Uit een wetenschappelijke publicatie in augustus 2017 blijkt dat de onderzoekers op de goede weg zijn: de methode kan betrouwbaar vaststellen of er sprake is van een tumor.

DNA-veranderingen detecteren

Prof. dr. Gerrit Meijer onderzoekt DNA-veranderingen in tumoren, en eiwitten in het weefsel eromheen, om de opsporingstest van darmkanker te verbeteren: “De truc is dat we kijken naar moleculen die specifiek afkomstig zijn van de tumor.” Hij verwacht dat zijn methode ook snel duidelijk krijgt of de tumor agressief is of mild, om de behandeling daarop af te stemmen.

Lees het interview met prof. dr. Meijer

Behandeling op maat

Geen tumor is hetzelfde en dat geldt zeker ook voor darmkanker. Op genetisch niveau kunnen darmkankercellen ontzettend van elkaar verschillen. Daardoor bestaat er ook niet zoiets als een 'one size fits all'-behandeling. Diverse onderzoekers bestuderen met financiering van KWF hoe darmtumoren van elkaar verschillen en wat dit voor de behandeling betekent.

Zo onderzoekt dr. Wilma Mesker het evenwicht tussen kankercellen en omliggend 'steunweefsel'. Het klinkt misschien raar, maar uit haar onderzoek blijkt dat darmtumoren die verhoudingsgewijs minder kankercellen (en dus meer steunweefsel) bevatten, agressiever zijn. In haar huidige onderzoek wil ze pathologen internationaal scholen om op deze manier de agressiviteit van de tumor te bepalen.

Uit het onderzoek van prof. René Bernards blijkt dat een specifieke mutatie (die bij 1 op de 10 darmkankerpatiënten) kan worden aangepakt met een specifieke geneesmiddelcombinatie. Dit wordt momenteel in een internationale studie getest, maar de tussentijdse resultaten zijn dermate hoopgevend dat de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA de combinatiebehandeling een zogenoemde breakthrough therapy designation heeft gegeven. Dat wil zeggen dat ze haast maakt met de registratie van de medicijncombi zodra de studie klaar is. Lees meer hierover in het nieuwsbericht van het Antoni van Leeuwenhoek.