Selectie van nanobodies gericht tegen peptide/MHC-I complexen van intracellulaire eiwitten voor gerichte kankertherapie

afgerond

Onderzoekssamenvatting

Al enkele decennia kunnen sommige vormen van kanker worden behandeld met antilichamen. De successen zijn wisselend, mede doordat antilichamen niet altijd specifiek tegen kankercellen werken maar ook gezond weefsel kunnen aantasten. Het doel van het onderzoek is nanobodies ontwikkelen die specifiek in kankercellen terechtkomen.
Waarom is dit onderzoek nodig? Antilichamen zijn bijzondere eiwitten die kunnen helpen in de behandeling van kanker. Ze binden aan receptoren (een soort antennes) aan de buitenkant van kankercellen en zijn vervolgens in staat de tumorgroei te remmen. Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle behandeling is dat het antilichaam alleen aan kankercellen bindt. Als deze antennes ook op gezonde cellen zitten, kunnen belangrijke processen in het lichaam verstoord worden en treden bijwerkingen op. Een tweede probleem is dat na verloop van tijd resistentie tegen de antilichamen ontstaat, wat betekent dat de tumor ongevoelig wordt voor de behandeling. Daarom is het nodig om dit concept te verbeteren.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers gaan ‘nanobodies’ ontwikkelen die niet aan antennes aan de buitenkant van cellen binden, maar aan eiwitten binnenin de cel. Ze verwachten dat er een aantal tumor-unieke eiwitten bestaan waar je de nanobodies heel gericht op af kunt sturen.
De nanobodies die in dit project worden ontwikkeld, zijn feitelijk kleine stukjes van antilichamen. Ze bieden een aantal voordelen: het zijn stabiele moleculen die door hun kleine formaat gemakkelijk de tumor ingaan. Ook is het mogelijk om deze moleculen te koppelen aan geneesmiddelen, die daardoor ook direct op de juiste plaats aankomen. 

Wat levert dit onderzoek op? 

Het gaat hier om fundamenteel onderzoek naar een innovatieve techniek om een bestaand idee (anitlichaamtherapie) verder te verbeteren. In dit project staat toepassing bij de patiënt nog niet voorop, maar gaat het puur om het onderzoeken in hoeverre het idee werkt. Als dat zo blijkt te zijn, kan de volgende stap worden gemaakt, bijvoorbeeld een vervolgonderzoek naar het type kanker waarvoor deze techniek een uitkomst kan bieden.