Schatten van het optimale screeningsinterval voor vrouwen met een hoog of laag risico op borstkanker in een risico gebaseerd screeningsprogramma
Onderzoekssamenvatting
In Nederland worden vrouwen van 50 tot 75 jaar elke twee jaar uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het individuele risico op borstkanker. Modellen met kunstmatige intelligentie (AI-modellen) kunnen dat risico goed inschatten. In een programma dat op risico wordt gebaseerd kan de screeningsmethode aangepast worden voor vrouwen die een hoog of juist een laag risico hebben. Het screeningsinterval, de periode tussen twee screeningsonderzoeken, is een belangrijk onderdeel van deze screeningsmethode. Vaak wordt voor vrouwen met een hoog risico een korter screeningsinterval voorgesteld en voor vrouwen met een laag risico een langer screeningsinterval. Maar er is nog weinig bewijs dat een korter of langer screeningsinterval een betere balans oplevert tussen de voordelen en nadelen van screening in deze risicogroepen.
Relevantie
In het TRANSITION-project onderzoeken we of het veilig en effectief is om het screeningsinterval aan te passen op basis van het risico van vrouwen. Hiervoor moeten we eerst weten hoe het risico op borstkanker samenhangt met de ontwikkeling van borstkanker. Dat is belangrijk om te bepalen hoe lang de periode is waarin borstkanker op een mammogram zichtbaar is, maar een vrouw nog geen klachten heeft. We noemen dit de preklinisch detecteerbare fase. Als deze fase langer is voor vrouwen met een laag risico, dan zou het screeningsinterval ook langer kunnen zijn. Is deze fase korter bij vrouwen met een hoog risico, dan is een korter screeningsinterval nodig om de borstkanker op tijd te vinden.
Onderzoeksvragen
- Wat zijn de beste afkappunten om met AI-modellen te bepalen wie een laag, gemiddeld of hoog risico op borstkanker heeft voor een op risico gebaseerd screeningsprogramma?
- Wat is de lengte van de preklinisch detecteerbare fase van borstkanker in groepen met een laag of een hoog risico op borstkanker?
Onderzoeksopzet
Het TRANSITION-project gebruikt gegevens van 152.500 vrouwen, waarvan ongeveer 5.000 borstkankerpatiënten, uit twee Nederlandse screeningscohorten. We gebruiken twee AI-modellen die het risico op borstkanker schatten op basis van kenmerken in het mammogram. Met die risicoschatting maken we drie groepen: laag risico, gemiddeld risico en hoog risico. Daarna berekenen we de lengte van de preklinisch detecteerbare fase voor de verschillende risicogroepen. Dat doen we op basis van de groeisnelheid van borstkanker, maar ook met gegevens over screeningsuitkomsten. Bij vrouwen met dicht borstweefsel is de preklinisch detecteerbare fase korter. We bekijken daarom ook of het zinvol is om naast een risicoschatting gebruik te maken van informatie over de dichtheid van het borstweefsel om het screeningsinterval aan te passen.
Verwachte uitkomsten
De resultaten van TRANSITION zullen laten zien of het aanpassen van het screeningsinterval op basis van risico een effectieve en veilige manier is om borstkanker tijdig te ontdekken.
Vervolgstappen
TRANSITION is de eerste stap naar op risico gebaseerde screeningsintervallen. Als de resultaten positief zijn, is vervolgonderzoek nodig om ook de effecten van het toepassen van aanpaste intervallen op de balans tussen de voordelen en de nadelen van screening nauwkeurig in kaart te brengen. Als dit voldoende bewijs oplevert kan de minister besluiten om het screeningsprogramma aan te passen.