Hyperthermie verandert immunologisch koude in hete tumoren: onderzoek naar de toegevoegde waarde van immunotherapie bij HIPEC behandeling van gemetastaseerde eierstokkanker
Onderzoekssamenvatting
Ieder jaar krijgen bijna 1.300 Nederlandse vrouwen de diagnose eierstokkanker. Voor bijna driekwart van hen is de ziekte dan al uitgezaaid naar de buikholte. Deze vrouwen worden behandeld met chemotherapie, gevolgd door chirurgie om de zichtbare tumoren te verwijderen. Dit wordt vaak gecombineerd met een verwarmde chemotherapie-buikspoeling: hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC), gericht op eventuele achtergebleven, onzichtbare microscopische tumorresten.
Een klinische studie toonde aan dat de overleving na 4,7 jaar steeg van 38% naar 50% als na systemische chemotherapie en chirurgie ook HIPEC werd gegeven. Tijdens HIPEC wordt de buikholte gedurende 90 minuten gespoeld met een cisplatine-chemotherapieoplossing die is verhit tot 42°C. Deze overleving moet verder worden verbeterd.
Onderzoeksrichting / voorgestelde oplossing
De HIPEC-temperatuur en behandelduur hebben grote invloed op de effectiviteit van de behandeling. De verhoogde temperatuur van 42°C doodt een deel van de tumorcellen en maakt tumorcellen gevoeliger voor cisplatine-chemotherapie. Daarnaast wordt de immuunrespons versterkt. Onze hypothese is dat toevoeging van immuuntherapie leidt tot grotere effectiviteit van HIPEC.
Relevantie
Dit project draagt bij aan de doelen van KWF en richt zich op verbetering van de uitkomst van de huidige behandeling van patiënten met eierstokkanker die is uitgezaaid naar de buikholte. Van deze patiënten is bijna 5 jaar na behandeling nog ongeveer 50% in leven.
Onderzoeksvragen
- Welke HIPEC-temperatuur en welke HIPEC-duur brengen de sterkste en meest effectieve immuunrespons teweeg?
- Op welk moment vóór, tijdens of na HIPEC kan immuuntherapie het beste worden gestart?
Onderzoeksopzet
Het onderzoek is verdeeld in 3 werkpakketten:
- WP1: in een combinatie van eierstokkankertumorcellen en T-lymfocyten wordt uitgezocht welke HIPEC-temperatuur en HIPEC-duur de meest effectieve immuunrespons teweegbrengen. Ook het effect van het toevoegen van immuuntherapie, in de vorm van checkpointremmers, wordt onderzocht.
- WP2: de meest effectieve schema’s uit WP1 worden getest in muizen met eierstokkanker als proefdiermodel. Deze muizen krijgen een HIPEC-behandeling met of zonder toevoeging van immuuntherapie.
- WP3: wij verzamelen weefselmateriaal bij patiënten met eierstokkanker die HIPEC met cisplatinespoeling op 42°C gedurende 90 minuten ondergaan. Dit gebeurt vóór en na HIPEC. Daarmee onderzoeken we hoe groot de immuunrespons is.
Verwachte uitkomsten
Als wij in eierstokkankercellen en diermodellen vinden dat toevoeging van immuuntherapie de effectiviteit van de HIPEC-behandeling daadwerkelijk vergroot, verwachten wij dat een effectievere HIPEC-behandeling kan leiden tot een verbetering van de overleving met 10 procentpunt: van de huidige 50% naar 60% na 4,7 jaar. Ook verwachten we dat de neveneffecten van HIPEC niet zullen toenemen.
Benodigde stappen voor implementatie
Als blijkt dat toevoeging van immuuntherapie de effectiviteit van de HIPEC-behandeling daadwerkelijk vergroot, is de logische vervolgstap een klinische studie bij patiënten met eierstokkanker die is uitgezaaid naar de buikholte. Daarin kan worden onderzocht of een effectievere HIPEC-behandeling leidt tot een verbetering van de overleving met 10 procentpunt: van de huidige 50% naar 60% na 4,7 jaar, zonder toename van de neveneffecten van HIPEC.
Nieuws en resultaten
Juni 2026
Hyperthermie (warmtebehandeling) versterkt het effect van chemotherapie met cisplatine bij eierstokkanker. De onderzoekers zagen dat de combinatie van warmte en cisplatine meer schade veroorzaakt aan het DNA van kankercellen. Daardoor gingen meer kankercellen dood en groeiden de overgebleven cellen minder goed.Dit helpt verklaren waarom HIPEC kan werken bij eierstokkanker. Deze nieuwe studie laat zien dat de kankercellen door de warmte gevoeliger worden voor cisplatine. Het gaat om laboratoriumonderzoek in cellijnen, dus niet om een nieuwe studie bij patiënten.
- Lees de publicatie in Scientific Reports