De ontwikkeling van nieuwe Triconjugaat kanker vaccins
Onderzoekssamenvatting
Huidige immunotherapie met checkpointremmers is niet effectief bij alle kankerpatiënten. We weten dat vooral patiënten goed reageren op de checkpointremmers die zelf al een goede immuunrespons tegen de kanker maken.
Onderzoeksrichting/voorgestelde oplossing
Door middel van vaccinatie met kankerantigenen willen we de immuunrespons tegen de kanker activeren in patiënten. We hopen dat door de toevoeging van een vaccinatie aan de behandeling met checkpoint inhibitors meer patiënten reageren op de behandeling en de kankergroei geremd wordt.
Relevantie
Kankervaccins moeten opgenomen worden door specifieke immuuncellen, maar bij de huidige vaccins gebeurt dit nog niet efficiënt. We denken dat we de opname van vaccins kunnen verbeteren door bepaalde componenten toe te voegen, een zogenaamde ‘adrescode’. Verder denken we dat het vaccin beter gaat werken als we alle drie componenten (triconjugaat) van het vaccin aan elkaar koppelen. Dit zijn dan de adrescode, kankerantigen en het adjuvant dat het immuunsysteem moet activeren.
Onderzoeksvragen
We willen een vaccin ontwikkelen waarin we het kankerantigeen en adjuvant aan een adrescode willen koppelen waardoor het efficiënter verwerkt gaat worden door het immuunsysteem. We zullen met behulp van verschillende in vitro en in vivo testen bepalen of dit inderdaad een beter vaccin is.
Onderzoeksopzet
We zullen eerst testen of het koppelen van het adjuvant aan de adrescode beter het immuunsysteem kan activeren. Vervolgens zullen we verschillende antigenen incorporeren in het triconjugaatvaccin en die testen in muis en humane modelsystemen.
Verwachte uitkomsten
We verwachten dat een triconjugaatvaccin beter verwerkt gaan worden door het immuunsysteem en dus sterkere immuunresponsen tegen de kanker kan opwekken.
Benodigde stappen voor implementatie
Als we goede resultaten behalen met de triconjugaatvaccins, dan kunnen we deze verder ontwikkelen naar de kliniek. Dit houdt onder meer in dat ze onder GMP-condities geproduceerd moeten worden en er moeten toxiciteitsstudies gedaan worden. Vervolgens zullen er verschillende klinische studies uitgevoerd moeten worden.