Een nieuw medicijn voor patiënten met mantelcellymfoom

KWF.nl > Onderzoek > Onderzoeksdatabase > Een nieuw medicijn voor patiënten met mantelcellymfoom

Onderzoekssamenvatting

​Verbetert het medicijn ibrutinib de overlevingskansen voor patiënten met mantelcellymfoom en maakt het stamceltransplantatie overbodig?

Gepubliceerd op 16 mei 2019

Achtergrond

Het mantelcellymfoom is een vorm van non-Hodgkin lymfeklierkanker, net als bijvoorbeeld de ziekte van Waldenström en het Burkitt lymfoom.

De standaardbehandeling voor mantelcellymfoom bestaat uit 2 delen: eerst een inductiebehandeling om de ziekte zoveel mogelijk terug te dringen, daarna een consolidatiebehandeling om het bereikte effect te handhaven.

De inductiebehandeling bestaat uit afwisselend R-CHOP en R-DHAP. Dit zijn combinaties van het medicijn rituximab (immunotherapie met antilichamen) en chemotherapie (CHOP1 resp. DHAP2). Tijdens de consolidatiefase wordt BEAM3 (hoge dosis chemotherapie) gegeven gevolgd door een stamceltransplantatie.

Ondanks deze behandeling zijn patiënten met mantelcellymfoom moeilijk te genezen, vooral als de ziekte weer terugkomt.

Ibrutinib

Ibrutinib is een nieuw geneesmiddel dat een eiwit remt dat de groei en de overleving van sommige cellen beïnvloedt. De mantelcellymfoomcellen hebben dit eiwit. Op die manier kan ibrutinib de kankercellen doden.

Doel van het onderzoek

1. Achterhalen wat het effect is van het toevoegen van ibrutinib aan de inductie- én consolidatiebehandeling.

2. Bepalen of dit zó effectief is dat de stamceltransplantatie niet meer nodig is.

Plan van aanpak

In dit onderzoek worden de resultaten van 3 verschillende behandelingen met elkaar vergeleken:

1. Standaardbehandeling: 6 kuren met afwisselend R-CHOP en R-DHAP (elk 3 kuren), gevolgd door BEAM chemotherapie en stamceltransplantatie.

2. Onderzoeksbehandeling 1: 6 kuren met afwisselend R-CHOP + ibrutinib en R-DHAP (elk 3 kuren), gevolgd door BEAM chemotherapie en stamceltransplantatie. Daarna onderhoudsbehandeling met ibrutinib.

3. Onderzoeksbehandeling 2: 6 kuren met afwisselend R-CHOP + ibrutinib en R-DHAP (elk 3 kuren), gevolgd door onderhoudsbehandeling met ibrutinib.

 

D.m.v. loting worden de patiënten zo eerlijk en onafhankelijk mogelijk over de groepen verdeeld. Een computer bepaalt welke patiënt de standaardbehandeling krijgt en welke patiënt één van de 2 nieuwere therapieën.

Aan de studie zullen maximaal 870 patiënten deelnemen, verspreid over maximaal 250 internationale ziekenhuizen. De verwachting is dat zo’n 140 Nederlandse patiënten meedoen in 25 ziekenhuizen.

Relevantie voor de patiënt

Dit onderzoek hoopt de overleving van patiënten met een mantelcellymfoom te verbeteren door toevoeging van een nieuw medicijn (ibrutinib) aan de huidige behandeling.

Ook wordt onderzocht of patiënten die het nieuwe medicijn krijgen, misschien geen zware stamceltransplantatie meer nodig hebben.

Verbetering van de behandeling én vermindering van de schadelijke effecten zijn belangrijke aspecten van de missie van KWF.  

Select the Component and add.
Close

Projectgegevens

Projectcode: 10684 / 2016-2
Titel project: HOVON133: Autologe stamceltransplantatie na rituximab/ibrutinib/ara-C bevattende inductie voor behandeling van gegeneraliseerd mantelcellymfoom – een gerandomiseerde studie van Europese MCL netwerk.
Projectleider: dr. Jeanette Doorduijn
Instituut: Erasmus MC
Startdatum: 1 november 2017
Looptijd: 5 jaar
Tumorsoort: non-Hodgkin, lymfeklierkanker, mantelcellymfoom
Projectbudget: € 253.885,-