Liesbeth de Vries: bevlogen oncoloog mét een Wilhelmina
Eind augustus verwelkomden we oncoloog Liesbeth de Vries op KWF-kantoor. Zoals wel vaker tijdens haar omvangrijke loopbaan, want KWF maakt geregeld van haar expertise gebruik in diverse commissies die onderzoeksvoorstellen beoordelen. Ditmaal als lid van de vakjury die de aanmeldingen voor de KWF Impact Award beoordeelde (de winnaar maken we later dit jaar bekend!).
KWF maakte van de gelegenheid gebruik om Liesbeth na de beoordelingsvergadering in het zonnetje te zetten. Directeur Dorine Manson reikte een Wilhelmina aan haar uit als dank voor haar inzet als medisch oncoloog én voor KWF Kankerbestrijding. We interviewden Liesbeth over haar loopbaan, de successen die in de oncologie zijn behaald en de uitdagingen die nog voor ons liggen.
Je loopt al een aantal jaren mee in de oncologie. Hoe heb je het vak zien veranderen?
“Klopt Ik houd me nu vooral bezig met het ontwikkelen van doelgerichte therapieën, onder andere voor borstkanker. We proberen te begrijpen welke patiënt baat heeft bij welk medicijn. Dankzij nieuwe technieken kunnen we tegenwoordig veel meer informatie uit het lichaam halen dan vroeger, toen we vaak afhankelijk waren van één biopsie. De vooruitgang die ik in mijn carrière heb meegemaakt is dan ook enorm. We kunnen behandelingen beter afstemmen en vaker onnodige behandelingen voorkomen. Ik heb patiënten behandeld met experimentele medicatie in studieverband, die later geregistreerde behandelingen werden. Sommige van die patiënten hebben veel langer geleefd, en daardoor veel meer belangrijke gebeurtenissen met hun familie mee kunnen maken, dan we ooit voor mogelijk hielden. Dat is heel bijzonder om mee te maken.”
En je houdt je ook bezig met de vraag hoe we die medicijnen vervolgens toegankelijk houden, toch?
“Ja, naast mijn onderzoek heb ik me op Europees niveau ingezet voor een betere beoordeling van nieuwe geneesmiddelen. Ik heb onder andere gewerkt aan de ESMO-Magnitude of Clinical Benefit Scale, waarmee medicijnen worden beoordeeld op de daadwerkelijke klinische winst voor patiënten. Het idee daarachter is dat iedereen dus ook landen beter kunnen bepalen waar ze hun schaarse zorgbudget aan besteden. Daarnaast werk ik mee aan de WHO-lijst van essentiële geneesmiddelen. Dat heeft me een veel internationalere blik gegeven op de ongelijkheid in toegang tot zorg. Wij klagen in Nederland vaak over toegang tot medicijnen, maar als je wereldwijd kijkt, hebben vooral lage- en middeninkomenslanden een veel groter probleem. Zij kunnen veel medicamenteuze behandelingen,en niet alleen de innovatieve, simpelweg niet betalen ”
Vanuit die brede blik adviseer je KWF ook. Kun je de lezer meenemen in hoe je dat zoal doet?
"Ik begon ooit in een klinische beoordelingscommissie. Daarna kwam ik in de Wetenschappelijke Raad terecht en uiteindelijk werd ik daar voorzitter van. Later heb ik ook de Exploratiecommissie voorgezeten en heb ik in het bestuur van KWF gezeten, in een periode waarin de bestuursstructuur veranderde richting een Raad van Toezicht en een bestuur. Op dit moment ben ik nog betrokken bij de Beoordelingscommissie van PIPELINE projecten en denk ik mee over geneesmiddelenbeleid. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan. Het is inspirerend om jonge onderzoekers te ontmoeten en te zien welke mooie onderzoeken worden ontwikkeld. Ik denk dat het belangrijk is dat onderzoekers en financiers voortdurend met elkaar in gesprek blijven.
Wat ik heel positief vind, is dat de beoordelingscommissies veel diverser zijn geworden. Toen ik begon waren er nauwelijks vrouwelijke hoogleraren of commissieleden. Er werd zelfs openlijk getwijfeld of vrouwen wel in aanmerking kwamen voor een bepaalde subsidievorm omdat ze dan niet naar het buitenland zouden gaan als ze misschien kinderen wilden krijgen. Dat is gelukkig enorm veranderd. En er zitten nu sowieso meer verschillende disciplines aan tafel. Ook het patiëntenperspectief heeft een veel duidelijkere plek gekregen. Diversiteit is goed voor de wetenschap. Dat leidt uiteindelijk tot betere besluiten over hoe we een donatie aan KWF goed kunnen besteden!"
Na de beoordelingsvergadering van de KWF Impact Award ontving je de Wilhelmina als erkenning voor wat je voor KWF hebt gedaan. Wat betekent dat voor je?
“Haha, ik ga je misschien een beetje teleurstellen met mijn antwoord. Ik vind erkenning ten eerste een beetje ongemakkelijk, er zijn namelijk zóveel mensen die ontzettend veel doen. En stiekem was het ook niet helemaal een verrassing. Vroeger kreeg je namelijk als commissievoorzitter bij je afscheid standaard een Wilhelmina, maar mijn afscheid viel destijds in coronatijd. Toen vergaderden we natuurlijk ook, maar dat was online. Dus de Wilhelmina was er toen bij in geschoten. Een KWF’er zei laatst ‘dan zorgen we er toch voor dat je die alsnog krijgt?’ Zodoende. Natuurlijk waardeer ik het heel erg en krijgt de Wilhelmina een mooie plek. Maar uiteindelijk heb ik alles voor KWF vooral heel graag gedaan omdat ik het waardevol vond!”