Prostaatkanker opsporen in urine?

Onderzoeker Guido Jenster
Wat we daarom nodig hebben is een goede test waarmee je niet alleen kunt zien of er prostaatkanker is, maar ook hoe agressief de kanker is.
prof. Guido Jenster

Jaarlijks wordt het bloed van duizenden mannen onderzocht op prostaatkanker. Dat gebeurt met een bloedtest waarin wordt gezocht naar het eiwit PSA. Een verhoogde concentratie PSA kan duiden op prostaatkanker. Elk jaar wordt bij zo'n 30.000-40.000 mannen een verhoogd PSA gevonden, wat aanleiding is voor verder onderzoek. Om de diagnose daadwerkelijk te kunnen stellen worden dan biopten (stukjes weefsel) uit de prostaat genomen. Zo’n 10.000 mannen blijken de ziekte vervolgens te hebben. Dat betekent dat de PSA-test er zachtst gezegd nog wel eens naast zit. Zo kan een hogere PSA-waarde ook komen door een vergrote of ontstoken prostaat.

“Niet alleen blijken veel biopten achteraf onnodig”, zegt professor Guido Jenster, “vaak is de behandeling achteraf óók onnodig. De prostaattumor lijkt zó sterk op normaal weefsel, dat een operatie niet had gehoeven. Terwijl de mogelijke bijwerkingen, zoals incontinentie en impotentie, enorm heftig zijn. Wat we daarom nodig hebben is een goede test waarmee je niet alleen kunt zien of er prostaatkanker is, maar ook hoe agressief de kanker is. Dan kun je de patiënt op maat behandelen.”

Wat vertelt urine over de tumor?
Professor Jenster en zijn team werken aan zo’n test, in urine. Dat zou voor patiënten veel ongemak schelen. “Bij biopten heb je naalden nodig, maar er is niks zo gemakkelijk als even plassen.” 

In dit onderzoeksproject staat de vraag centraal welke moleculen er allemaal in urine te vinden zijn, die iets vertellen over de prostaattumor. “Je prostaat lekt altijd een klein beetje vloeistof. Dat komt in je urine terecht. Bij prostaatkanker bevat die vloeistof ook materiaal van kankercellen, zoals eiwitten en genetisch materiaal. Wij willen uitzoeken welke van deze moleculen aangeven of het een gevaarlijke kanker is, of niet. Met die kennis kunnen we een test maken en bij patiënten testen of het werkt en beter is dan de huidige methoden.”

Dat kan hij doen dankzij de deelnemers van Alpe d’HuZes, die een projectbudget van 2 miljoen euro bij elkaar hebben gefietst en gelopen. “Dankzij hun inzet kunnen we in dit project met 4 universiteiten samenwerken aan één gemeenschappelijk doel. Zo creëer je niet 1+1+1+1=4, maar 1+1+1+1 is 7, of zelfs 8! Fantastisch is dat.”