Onderzoeker van de week: Wim Groen

Onderzoeker Wim Groen aan zijn bureau.
Als je met je onderzoek bezig bent, weet je waarvoor je het doet.
Dr. Wim Groen

Bewegen tijdens chemotherapie goed voor het hart?

Gepu​bliceerd op 3 juni 2019​

Onderzoekers hebben de naam dat ze veel tijd in het lab of achter hun computer doorbrengen, maar er zitten ook een flink aantal sportievelingen tussen. Zoals Wim Groen, die bij het Antoni van Leeuwenhoek onderzoek doet met financiering van KWF & Alpe d’HuZes. In 2011 reed hij zelf 6 keer de Alpe d’Huez omhoog.

“Ik vond het heel indrukwekkend. Je ziet mensen meedoen van alle leeftijden. Mensen met foto’s aan hun stuur, mensen die in de bochten staan met een kaarsje. Dan weet je wat er aan de hand is. Dat heeft me wel geraakt. Ik denk er nog geregeld aan. Als je met je onderzoek bezig bent, weet je waarvoor je het doet.”

Sneller schaatsen

Dat onderzoek gaat over bewegen (inspanning) en kanker. Toch stond het niet in de sterren geschreven dat Groen in de oncologie terecht zou komen. “Ik ben Bewegingswetenschappen gaan studeren. Die interesse kwam eigenlijk al vanuit mijn jeugd, toen ik veel schaatste en wilde uitzoeken hoe ik dat nog sneller kon doen. Mijn zus had een boek over de fysiologie en biomechanica van het schaatsen, met daarin informatie over de onderzoeken die ze op dat gebied aan de VU in Amsterdam doen. Zo kwam ik later in de Bewegingswetenschappen terecht.”

Van daaruit promoveerde hij in Utrecht in het Wilhelmina Kinderziekenhuis, waar hij initieel kwam om werkervaring op te doen bij Tim Takken. “Takken gold er als goeroe op het gebied van kinderinspanningsfysiologie. Een heel goed voorbeeld om me aan op te trekken. Ik vond de drive daar ook heel mooi: iedereen wilde vol vooruit, om de patiëntjes zo fit mogelijk te maken en te houden.”

Na zijn promotie maakte hij de stap naar het oncologische veld. “In 2010 was dat, toen ging ik als postdoc aan de slag bij het Antoni van Leeuwenhoek bij de afdeling psychosociaal onderzoek en epidemiologie. Ik kon er zelf onderzoek doen en werd projectmanager van een groot consortium, A-CaRe 2. De patiëntenstudies die binnen A-CaRe 1 zijn uitgevoerd, hebben een enorme boost gegeven aan ‘excercise oncology’. Een aantal onderzoekers die binnen A-CaRe actief waren, zijn in dit gebied doorgegaan. Dat heeft Alpe d’HuZes mogelijk gemaakt.”

De winst van beweging

Maar ook voor de patiënt is de winst duidelijk: “De door het Antoni van Leeuwenhoek uitgevoerde PACES-trial (waar Groen zelf niet actief bij betrokken was - red) liet zien dat patiënten beter chemotherapie konden volbrengen wanneer ze trainden. Het mooie daarvan is ook dat patiënten het idee hebben dat ze zelf meer controle hebben over het proces. Bewegen is iets dat ze zelf kunnen doen.”

Ik vind het een ontzettend mooi onderzoek vanwege de klinische relevantie en het fysiologische karakter, helemaal mijn ding.

“Ik had zelf altijd het idee: moeten we niet kijken of dat trainen tijdens de chemo niet het hart heeft beschermd? Immers, het is bekend dat veel van die middelen schadelijk zijn voor het hart. Dierstudies laten zien dat beweging de negatieve effecten op het hart kan blokkeren”, vervolgt Groen. Het heeft geleid tot een nieuw project, dat ook weer financiering van Alpe d’HuZes krijgt: “Bij de patiënten die ongeveer 7 jaar geleden mee hebben gedaan aan de PACES-trial en de Utrechtse variant (de PACT-trial), kijken we nu of er verschil zit tussen de mensen die wel en niet getraind hebben. We doen inspanningstesten en kijken met MRI naar het hart, om vast te stellen of er schade is. Ik vind het een ontzettend mooi onderzoek vanwege de klinische relevantie en het fysiologische karakter, helemaal mijn ding.”

Groen noemt de samenwerking met het UMC Utrecht in dit project cruciaal: “de combinatie van expertise op het gebied van kanker van het AVL en die van Utrecht op het gebied van het hart (en imaging daarvan) is ideaal.”

Zelf meedoen?

Meedoen aan deze studie is helaas niet mogelijk; er wordt gewerkt met de groep patiënten die 7 jaar geleden ook al meedeed, zodat de lange termijneffecten van de training en de behandeling van toen goed vastgesteld kunnen worden. Voor een andere patiëntenstudie zoeken Groen en collega’s nog wel deelnemers: “De PABLO-trial, dat is een online programma om beweging te stimuleren. We zijn benieuwd hoe we patiënten het best kunnen motiveren om te bewegen na de behandeling. Deelnemers vullen een vragenlijst in waarmee we vaststellen hoe hun conditie momenteel is. Op basis daarvan krijgen ze adviezen over beweging. Bij de ene groep gebeurt dat alleen online, bij de andere groep zijn er ook maandelijkse gesprekken met een fysiotherapeut. De veronderstelling is dat dat menselijke aspect wat effectiever is, dat mensen minder snel afhaken, maar dat zal het onderzoek uit moeten wijzen. We zijn nu ongeveer op de helft met de inclusie van in totaal 246 patiënten.”

Zo is de onderzoeker betrokken bij een flink aantal mooie projecten op het gebied van beweging en kanker, maar klaar is hij nog lang niet. “Er is nog zoveel te onderzoeken. Je ziet dat er steeds meer interesse komt in de relatie tussen beweging en kanker, waarbij tot nu toe vooral aandacht is geweest voor het verbeteren van fitheid en kwaliteit van leven. Ik zou zelf nog meer onderzoek willen doen naar wat beweging nou precies voor effect heeft op de tumor zelf. Stel dat die bijvoorbeeld beter doorbloed raakt, slaat dan chemotherapie beter aan omdat de medicijnen de tumor beter bereiken? En kan beweging ook echt de overleving van patiënten verbeteren? Dat zijn thema’s die ik graag verder uit zou willen zoeken.”