Onderzoeker van de week: Inge Verbrugge

Onderzoeker Inge Verbrugge in het lab
Ik ben ervan overtuigd dat we het afweersysteem succesvol kunnen inzetten bij chemotherapie en bestraling.
Dr. Inge Verbrugge

Chemo-radio-immunotherapie: een nieuwe tripletherapie?

Chemotherapie en radiotherapie (bestraling) zijn samen met chirurgie de traditionele pijlers van de behandeling van kanker. Latere ontwikkelingen zoals hormoontherapie en doelgerichte medicatie hebben de vooruitzichten voor kankerpatiënten nog verder verbeterd. Recent is immunotherapie aan een enorme opmars bezig. Deze innovatieve behandeling stimuleert het eigen afweersysteem van de patiënt om kankercellen zelf op te ruimen.

Kankeronderzoeker Inge Verbrugge vermoedt dat immunotherapie het effect van chemotherapie en bestraling kan versterken: “Ik ben ervan overtuigd dat we het afweersysteem succesvol kunnen inzetten bij de behandeling met chemotherapie en bestraling”. In het Antoni van Leeuwenhoek onderzoekt ze daarom of deze combinatie effectiever is dan de drie behandelingen afzonderlijk.

Bestraling werkt als vaccin

Inges vermoeden komt niet uit de lucht vallen, maar berust op een interessante waarneming: “Bij bestraling komt het af en toe voor dat ook kankercellen verdwijnen die buiten het bestraalde gebied liggen. Dat noemen we het abscopale effect. De verklaring van dat bijzondere fenomeen zoeken we in het afweersysteem.”

Bij bestraling verdwijnen ook af en toe kankercellen die buiten het bestraalde gebied liggen.

Ze legt het uit door bestraling te vergelijken met een vaccinatie: “Radiotherapie activeert het afweersysteem om kankercellen die door de straling doodgaan op te ruimen. De toegesnelde afweercellen openen vervolgens ook de aanval op niet-bestraalde kankercellen in de buurt. Dat proces kunnen we mooi een handje helpen met immunotherapie.”

Lage dosis chemo

Volgens Verbrugge werkt het bij chemotherapie vrijwel hetzelfde, maar luistert de dosering erg nauw: “Een te hoge dosis legt het afweersysteem plat. Dan is immunotherapie weinig zinvol. Bij sommige kankersoorten, bijvoorbeeld leukemie, zijn hoge doseringen heel effectief om de tumor weg te krijgen, maar dat is niet ons doel. Wij doseren juist laag om het afweersysteem zijn werk te kunnen laten doen in de tumor. We willen de afweercellen niet om zeep helpen, maar vooral de kankercellen gevoeliger maken voor hun aanval. Dan is immunotherapie het meest succesvol.”

Wij doseren de chemo laag om het afweersysteem zijn werk te kunnen laten doen in de tumor.

De meerwaarde van chemotherapie is het effect op afstand. Bestraling is plaatselijk en zorgt voor een afweerreactie rond de tumor, maar chemotherapie reist het hele lichaam door. Op die manier kan het kankercellen op afstand vernietigen en ook daar afweercellen naartoe lokken. De rol van lage dosis chemotherapie maakt Verbrugges onderzoek vrij uniek: “Het is nog onbekend hoe chemotherapie het effect van bestraling en immunotherapie beïnvloedt.”

Bloed en weefsel

Medeonderzoekers Lot Zuur en Stefan Willems helpen haar bij dit vraagstuk: “Lot runt een studie waarin patiënten met hoofd-halskanker worden behandeld met radiotherapie of chemoradiatie (chemotherapie plus bestraling, red.). Wij gaan voor en na de behandeling bloed van deze patiënten verzamelen om te zien wat er gebeurt met de afweercellen.” 

Het is nog onbekend hoe chemotherapie het effect van bestraling en immunotherapie beïnvloedt.

Patholoog Stefan Willems heeft een grote verzameling tumorweefsel van hoofdhals-kankerpatiënten: “Zij zijn behandeld met radiotherapie of chemoradiatie. Wij gaan kijken naar de hoeveelheid afweercellen in de tumor voor en na de behandeling. Daaruit kunnen we hopelijk afleiden hoe chemo- en/of radiotherapie het afweersysteem in stelling brengt.”

Testcase

Het onderzoek concentreert zich op hoofd-halstumoren. Niet zonder reden volgens Verbrugge: “Deze tumoren worden vaak veroorzaakt door het humaan papillomavirus. Dit virus kan ervoor zorgen dat het afweersysteem de tumor goed herkent en ertegen in actie komt. Dat maakt de behandelcombinatie erg kansrijk denken we.“

Dat betekent niet dat patiënten met andere vormen van kanker niet van dit onderzoek kunnen profiteren. Uit Verbrugges toekomstblik spreekt optimisme: “Wij denken dat het uiteindelijk zou kunnen werken bij iedere vorm van kanker die door het afweersysteem herkend kan worden en met chemotherapie en bestraling behandeld wordt.”