“Ik heb geluk gehad. Geluk bij een pechgeval.”

Ted en Loes op het strand

Ted heeft uitzaaiingen van melanoom

In 1998 ging Ted naar de huisarts voor een vreemde plek op zijn been. Nu, jaren later, zijn uitzaaiingen in zijn longen gestopt dankzij immunotherapie. Samen met zijn dochter Loes vertelt Ted zijn verhaal.

Plek op de been was een melanoom

Ted: “Ik had al jaren een plek op mijn been. In 1998 kwam ik een keer bij de bedrijfsarts en die zei: ‘Je moet met die plek naar de huisarts gaan’. Toen ging het snel. Algauw was duidelijk dat het een melanoom was. Dat is weggehaald en daarna was het een kwestie van een jaarlijkse huidcontrole.” Loes: “Ik was nog jong en maakte die tijd niet zo bewust mee. Ik wist wel dat papa moest worden geopereerd. En dat het een hele grote, diepe wond was. Ik begreep dat het niet goed was.”

Lymfeklieren in de oksel

Ted: “In 2010 voelde ik een bobbeltje onder mijn oksel. Mijn huisarts vertrouwde het niet en liet toen een scan maken. Tijdens de scan merkte ik al: Dit is niet goed. Ik ben snel geopereerd, waarbij de lymfeklieren bij mijn oksel zijn weggehaald. Daarna ben ik ook nog bestraald.”

Uitzaaiing in de longen

Ted: “Zes jaar later was het weer raak. Ik had al langer last van kuchjes en hoestjes. Tijdens de jaarlijkse controle zei de dermatoloog: ‘Je huid is in orde, maar ik zou dat hoestje laten onderzoeken’. “Op de longfoto zagen ze direct de uitzaaiingen in mijn longen. En dit allemaal als gevolg van dat melanoom in 1998.” Loes: “Als je een melanoom hebt gehad, dan zit het in je systeem. Het kan zich weer uiten. Ik heb papa lang gewaarschuwd dat hij naar de huisarts moest met dat kuchje.” Ted: “De boodschap van de longarts in Apeldoorn was toen behoorlijk negatief. Het was vrij uitzichtloos. We waren erg geschokt en wisten even niet meer waar we het moesten zoeken.”

Laatste redmiddel

Ted: “Ik werd doorverwezen naar het streekziekenhuis in Zwolle. Daar stelden de artsen immunotherapie voor. Die behandeling was toen vrij nieuw en werd nog niet overal gebruikt.” Loes: “Na het gesprek met de longarts zaten we met het gevoel: nou, dit is het einde. Daarom geloofden we niet meteen dat immunotherapie zou werken. Pas na een jaar, anderhalf jaar durfden we te denken: eigenlijk werkt die therapie best goed.” Ted: “De behandelperiode was spannend. Ik leefde van scan naar scan. Gelukkig bleek al snel dat de therapie werkte. Wat vervelend is: het is niet weg. Het zit er nog, maar het is niet actief. Natuurlijk hoop ik dat het zo blijft. Het liefst de rest van mijn leven. Op dit moment heb ik geen beperkingen. Ik kan alles doen.”

Nieuwe kansen

Ted: “Ik heb ervan geprofiteerd dat immunotherapie juist nú is ontwikkeld. Het zou geweldig zijn als iedereen met kanker voordeel heeft van een behandeling. Welke dan ook. Het is daarom belangrijk dat wetenschappers doorgaan met onderzoek. Voor mij kwam immunotherapie op het juiste moment. Ik heb geluk gehad. Geluk bij een pechgeval.“