Hoe is het nu met Manon?

Manon Voort

‘De volle 100%, daar is maximaal de helft van over’

Je moeder verliezen aan uitgezaaide borstkanker en vervolgens tot twee keer toe zélf de diagnose krijgen. Het overkwam Manon Voort, die ziek werd toen ze pas 25 jaar oud was. Het veranderde haar beeld van de toekomst ingrijpend. ‘Ik heb moeten leren mijn leven te doseren. Liever een paar dingen goed doen, dan heel veel half, en daar achteraf de rekening voor betalen’.

Borstkankergen
‘Mijn oma en mijn moeder waren drager van het borstkankergen BRCA-1. Ik wilde daarom graag zelf al vroeg getest worden. Eén maand voor de test voelde ik een knobbel in mijn borst. Ik wist: dit zou wel eens fout kunnen zijn, maar ik wilde het simpelweg niet geloven. Ook toen de uitslag kwam en bevestigde dat ik én drager van het gen was, én dat ik borstkanker had, dacht ik nog heel lang: “dit gaat niet over mij”.’

Belangrijke beslissingen
‘De behandeling was bij tijden zwaar, maar samen met mijn man Ronald heb ik me er goed doorheen geslagen. Ronald gaf me heel veel ruimte in het hele proces. Tenzij ik heel erg medelijden had met mezelf. Dan zette hij me op mijn plaats. Samen maakten we ook de belangrijke beslissingen. We deden wat op dat moment verstandig leek, en goed voelde. Zo kozen we ervoor om bij de eerste diagnose slechts één borst af te zetten. We hadden namelijk een kinderwens, en ik wilde heel graag borstvoeding geven’.

Vervroegde overgang
In 2015 bleek Manon zwanger. Tegelijkertijd hoorde ze dat ze opnieuw borstkanker had. ‘In eerste instantie was mijn behandeling erop gericht dat ik de baby kon houden. Maar helaas bleek in de 8e week van mijn zwangerschap dat het toch niet goed was. Veel tijd om te rouwen had ik niet. Ik richtte me volledig op opnieuw beter worden en liet ook mijn tweede borst afzetten. Ik kwam in de vervroegde overgang en dat trok definitief een streep door onze wens om kinderen te krijgen. Gek genoeg bracht dat ook een bepaalde rust. Nu het écht uitgesloten was konden we dat hoofdstuk afsluiten.’

Doseren
‘Ik merk nog elke dag dat ik tot twee keer toe kanker heb gehad. Voordat ik ziek werd was mijn motto ‘alles-of-niets’. Ik ging er voor de volle 100% voor. Die volle 100%, daar is maximaal de helft van over. Ik heb daardoor moeten leren mijn energie goed te doseren. Dankzij mijn zeer flexibele werkgever kan ik vijf halve dagen per week werken. En met behulp van een ergotherapeut ben ik in staat goede keuzes te maken. Ik realiseer me dat ik beter een paar dingen goed kan doen, dan heel veel half en daar vervolgens de rekening voor moet betalen. Daar heeft niemand iets aan.’

Wegwijzer
‘Ik haal veel energie uit mijn vrijwilligerswerk bij het inloophuis bij ons in de buurt. Ik ben een luisterend oor voor mensen die het pad moeten bewandelen dat ik achter de rug heb. Ook op praktisch gebied heb ik allerlei trajecten doorlopen. Die ervaring kan ik inzetten om mensen bij te staan, bijvoorbeeld bij aanvragen van de WIA-uitkering, een uitkering die je krijgt als je (deels) niet meer kunt werken. Je kunt verstrikt raken in een doolhof van regels, en ik wijs met veel liefde de weg. Ik ben dankbaar dat ik met mijn ervaring iets positiefs kan doen.’