Verhogen van de stralingsgevoeligheid van glioblastomen door het stimuleren van de celcyclus en het vangen van cellen tijdens de celdeling
Onderzoekssamenvatting
Glioblastoom is een agressieve hersentumor die moeilijk te behandelen is. Bestraling is een belangrijk onderdeel van de behandeling, maar werkt nog onvoldoende. Onderzoekers ontwikkelen daarom een nieuwe aanpak die tumorcellen extra gevoelig moet maken voor bestraling.
Doel van het onderzoek
Een nieuwe manier ontwikkelen om bestraling bij glioblastoom effectiever te maken.
De onderzoekers willen achterhalen of ze meer tumorcellen tegelijk in een kwetsbare fase van de celdeling kunnen brengen. Vervolgens bestralen ze de tumor op dat moment. De hoofdvraag is of deze combinatie ervoor zorgt dat bestraling meer tumorcellen beschadigt.
Waarom is dit onderzoek nodig?
Glioblastomen behoren tot de moeilijkst te behandelen hersentumoren. Er zijn weinig behandelopties en de vooruitzichten voor patiënten zijn slecht.
Na een operatie krijgen patiënten meestal bestraling. Die behandeling verlengt het leven gemiddeld met enkele maanden, maar is meestal niet voldoende om de ziekte langdurig onder controle te krijgen.
Tumorcellen zijn tijdens de celdeling extra gevoelig voor bestraling. Alleen bevinden cellen zich normaal maar kort in deze kwetsbare fase.
In eerder onderzoek ontwikkelden de onderzoekers daarom een aanpak om tumorcellen tijdens de celdeling als het ware vast te houden. Hiervoor gebruiken ze het middel ABT-751. Deze aanpak noemen ze ‘mitotische verrijking’.
In het huidige onderzoek willen ze deze aanpak verder verbeteren. Ze combineren ABT-751 met stoffen die tumorcellen stimuleren om de kwetsbare fase van de celdeling in te gaan. Zo hopen ze nog meer tumorcellen tegelijk gevoelig te maken voor bestraling.
Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?
De onderzoekers testen eerst welke stoffen het beste samenwerken met ABT-751. Dat doen ze in geavanceerde kweekmodellen die zijn gemaakt met tumorcellen van patiënten met glioblastoom.
Daarna onderzoeken ze of de beste combinaties de werking van bestraling inderdaad versterken. Ook bekijken ze of bepaalde soorten glioblastoom beter reageren op deze aanpak dan andere.
De meest veelbelovende combinaties testen ze vervolgens bij muizen waarin verschillende soorten glioblastoom groeien.
Tot slot onderzoeken de onderzoekers tumorweefsel van patiënten. Ze bekijken welk deel van de tumorcellen op een bepaald moment bezig is met delen. Die informatie is nodig om te bepalen hoe deze aanpak later bij patiënten onderzocht kan worden.
Wat levert dit onderzoek op?
Het onderzoek moet duidelijk maken welke combinatie van middelen tumorcellen het beste kwetsbaar maakt voor bestraling.
Ook verwachten de onderzoekers te ontdekken bij welke soorten glioblastoom deze aanpak het meest veelbelovend is. Met die informatie kunnen ze bepalen hoe een toekomstige studie bij patiënten eruit moet zien en hoeveel patiënten daarvoor nodig zijn.
Alleen combinaties die in het laboratorium en bij muizen voldoende effect laten zien, worden verder ontwikkeld richting onderzoek bij patiënten.
Op langere termijn kan deze aanpak mogelijk ook onderzocht worden bij andere soorten kanker die met bestraling worden behandeld.