Therapieongevoeligheid bij dikkedarmkanker ontrafelen

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

​ Gepubliceerd op 27 maart 2019

Sommige patiënten met dikkedarmkanker worden ongevoelig voor de behandeling. Hierdoor kan de tumor doorwoekeren of terugkomen. Welke factoren spelen hier een rol bij?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers een nieuwe methode toepassen om de factoren die bijdragen aan therapieongevoeligheid bij dikkedarmkanker in kaart te brengen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat dikkedarmkanker nog te vaak ongevoelig wordt voor de behandeling (therapieongevoeligheid). Hierdoor kan de kanker doorwoekeren of terugkomen. Voordat therapieongevoeligheid bestreden kan worden, moet eerst bekend zijn hoe de ongevoeligheid precies ontstaat.

En belangrijke oorzaak van therapieongevoeligheid is dat een tumor uit genetisch verschillende cellen kan bestaan. Als deze verschillen groot zijn, dan is één behandeling om alle tumorcellen te bestrijden vaak niet genoeg. Sommige genetische variaties kunnen dan overleven en opnieuw uitgroeien tot een tumor.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan van therapieongevoeligheid, zoals de locatie van de tumor, het omliggende weefsel (micromilieu) en genetische factoren. Bovendien speelt ook de interactie tussen darmstamcellen en darmcellen een rol. Maar het is niet bekend hoe dat precies zit. Een reden hiervoor is dat goede onderzoekstechnieken ontbreken.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek zal moeten blijken of een bepaalde moleculaire onderzoekstechniek kan bijdragen aan het identificeren van factoren die een belangrijke rol spelen bij therapieongevoeligheid bij dikkedarmkanker. Mogelijk is deze techniek ook bij andere vormen van kanker bruikbaar.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren zullen de onderzoekers in het laboratorium verschillende genetische testen uitvoeren om zo hun onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. Zo zullen ze onder andere van technieken als CRISP-CAS en next-generation sequencing gebruikmaken.