Terugkeer van acute myeloïde leukemie tijdig opsporen

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 23 maart 2020

Met chemotherapie is vaak het overgrote deel van de kankercellen te doden, maar wat als er toch een paar cellen overleven? Hoe spoor je die op tijd op?

Doel van het onderzoek

Nieuwe genetische technieken inzetten om beter vast te kunnen stellen of er nog kwaadaardige cellen aanwezig zijn ná de behandeling voor acute myeloïde leukemie.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Acute myeloïde leukemie is een vorm van bloedkanker met een slechte prognose. Dat komt mede door de eigenschappen van de ziekte: de kwaadaardige cellen verschillen onderling sterk van elkaar, waardoor het moeilijk is om ze met één middel allemaal te doden. Wanneer een middel goed werkt en 99% van de kankercellen doodt, dan kan de achtergebleven 1% weer uitgroeien. Maar het is erg lastig om die 1% restziekte aantoonbaar op te sporen. Daardoor lijkt het alsof de patiënt geen ziekte meer heeft.

Dat de leukemiecellen zoveel verschillen, gaat terug tot op moleculair niveau: in het DNA van deze cellen hebben zich in de loop van tijd een groot aantal verschillende fouten (mutaties) opgestapeld. In recent onderzoek van deze onderzoeksgroep is gevonden dat bepaalde mutaties voorspellend kunnen zijn voor terugkeer van de ziekte. Deze kennis kan helpen om patiënten te vinden die een groot risico lopen om opnieuw ziek te worden.

Dankzij nieuwe genetische technieken is het tegenwoordig mogelijk om het hele DNA van kankercellen in kaart te brengen. Dat is ook precies wat de onderzoekers in dit project willen doen: de mutaties opsporen die erop wijzen dat er nog restziekte aanwezig is in het bloed. 

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Jarenlange verzameling van bloed van leukemiepatiënten heeft in het Erasmus geleid tot een unieke biobank waarmee onderzoekers de ziekte veel beter kunnen leren kennen. In dit onderzoek gaan de wetenschappers het DNA van leukemiecellen van 1200 patiënten aflezen, om zo zowel gangbare als zeldzame mutaties op te sporen die bijdragen aan het verdere ziekteverloop.

Wat levert dit onderzoek op?

Dit onderzoek levert nieuwe kennis op over hoe je restziekte bij patiënten kunt opsporen, waar de huidige technieken daar niet gevoelig genoeg voor zijn.

Door deze patiënten er in vroeg stadium uit te kunnen pikken, moet het mogelijk zijn om de terugkeer van de ziekte eerder op het spoor te zijn en beter te behandelen.