Snelle klinische translatie van intra-arteriële [211At]APA behandeling in patiënten met teruggekomen FET-PET positief glioblastoom.

Gerichte Gift
lopend
Beschikbaar voor gerichte giften

Onderzoekssamenvatting

Glioblastoom (GBM) is een zeer agressieve hersentumor. Slechts 20% van de mensen met een GBM leeft nog 2 jaar na de diagnose. Als de ziekte niet meer operatief te behandelen is, zijn er op dit moment weinig effectieve behandelingen en/of gaan gepaard met veel bijwerkingen. 

Onderzoeksrichting

Een veelbelovende behandeling is [131I]IPA, wat bestaat uit radioactief jodium ([131I] en het lichaamseigen eiwit ‘phenylalanine’ (PA). Dit eiwit kan door de bloedhersenbarrière heen en wordt opgenomen door het GBM. Omdat het eiwit radioactief is gemaakt, wordt de radioactiviteit ook opgenomen in de tumorcellen. Het [131I]IPA wordt via een infuus gegeven, zoekt zelf zijn weg naar de tumor, wordt opgenomen in de tumorcellen, en bestraalt deze tumoren van binnenuit. Helaas zitten een aantal nadelen aan het gebruik van radioactief jodium:

  • Vanwege de straling moeten aanvullende maatregelen worden genomen om familieleden en ziekenhuispersoneel te beschermen;
  • De behandeling moet in isolatie plaatsvinden (ziekenhuisopname van max. 5 dagen),
  • De patiënt moet thuis ‘leefregels’ aanhouden (m.a.w. 1 week afstand houden van anderen).

Door deze maatregelen heeft de behandeling met [131I]IPA een negatieve impact op kwaliteit van leven. Daarom willen de onderzoekers van het UMC Utrecht het geneesmiddel verder verbeteren door het radioactief jodium te vervangen door radioactief astatine: [211At]APA.

Relevantie

Astatine is een zogenaamde alfa-straler. Radioactief astatine / alfastraling geeft een sterkere bestraling en de reikwijdte is korter, waardoor de aanname is dat het effect op de tumor meer uitgesproken is en schade aan gezond weefsel minder zal zijn (dus minder bijwerkingen geeft). Voor onze patiënten zou dit heel veel betekenen:

  1. APA-behandeling kan poliklinisch
  2. Patiënten hoeven na APA geen leefregels aan te houden
  3. APA is waarschijnlijk effectiever
  4. APA geeft waarschijnlijk minder bijwerkingen.

Ondanks deze verwachtingen en aannames, is op dit moment onduidelijk welke dosering nodig is. Daar is dit onderzoek op gericht.

Onderzoeksvragen

  1. Wat is een veilige dosering van APA?
  2. Welke bijwerkingen treden op bij APA?
  3. Wat is het effect van APA op de tumoren?
  4. Hoe lang houdt het effect van APA aan?

Onderzoeksopzet

Zogenaamde fase 1-studie met een klassieke studieopzet. Hierbij krijgen telkens 3 patiënten een bepaalde dosering APA. Indien geen of weinig bijwerkingen optreden, krijgen de volgende 3 patiënten een hogere dosering. In totaal worden er 4 doseringen, zogenaamde ‘dose levels’ getoetst. De bijwerkingen worden beoordeeld door een onafhankelijke veiligheidscommissie van medisch specialisten. Zij beoordelen iedere ‘dose level’, voordat een hogere dosering mag worden onderzocht. Deelnemers zullen 1 jaar na de behandeling worden vervolgd voor eventuele bijwerkingen.

Verwachte uitkomsten

Met deze studie zullen we bepalen wat de juiste dosering van APA is. Daarnaast zullen we in deze studie bevestigen dat een APA behandeling volledig poliklinisch kan plaatsvinden.

Benodigde stappen om resultaat te implementeren

De gevonden resultaten van dit onderzoek zullen wij gebruiken om vervolgonderzoek te starten, om o.a. effectiviteit van APA aan te tonen, en de komende jaren dit verder te ontwikkelen en te vertalen naar reguliere klinische zorg.

Nieuws en resultaten

Januari 2026

De onderzoekers publiceerden een opvallende patiëntcasus over een 56-jarige man met een teruggekeerde, niet-operabele hersentumor die niet meer reageerde op de standaardbehandeling. De patiënt kreeg 4 behandelingen met [¹³¹I]IPA per infuus. Dit betreft dus de behandeling met radioactief jodium. De therapie werd goed verdragen. Neurologische klachten namen af en scans lieten een duidelijke en aanhoudende afname van tumoractiviteit zien (partiële respons). 23 maanden na de start van de behandeling, hield dit effect nog steeds aan. Tot nu toe zijn geen blijvende bijwerkingen gezien.

Deze casus is hoopgevend, maar betreft slechts 1 patiënt. De resultaten moeten daarom worden bevestigd in grotere, goed opgezette studies. Het huidige project onderzoekt of een vergelijkbare aanpak met radioactief astatine nog veiliger en effectiever is.

  • Lees de publicatie in het European Journal of Nuclear Medicine en Molecular Imaging