Sekseverschillen in mechanismen van stoppen met roken: naar gepersonaliseerde en sekse-specifieke terugvalpreventie
Onderzoekssamenvatting
Stoppen met roken verkleint de kans op kanker, maar veel mensen beginnen binnen een jaar opnieuw. Vrouwen hebben gemiddeld minder succes met stoppen dan mannen. Onderzoekers willen beter begrijpen welke rol hormonen, stress en hunkering naar nicotine spelen bij stoppen en terugval.
Doel van het onderzoek
De onderzoekers willen begrijpen waarom stoppen met roken bij mannen en vrouwen verschillend kan verlopen.
Ze kijken onder andere naar hunkering naar nicotine, stress, reacties op prikkels die aan roken doen denken en het vermogen om weerstand te bieden aan de behoefte om te roken. Bij vrouwen onderzoeken ze ook de invloed van de menstruatiecyclus en hormonale anticonceptie.
Met deze kennis willen de onderzoekers beter voorspellen wie meer kans heeft om opnieuw te gaan roken.
Waarom is dit onderzoek nodig?
Roken is een belangrijke vermijdbare oorzaak van kanker. Tegelijk stijgt het gebruik van e-sigaretten en neemt nicotineverslaving toe, vooral onder jongvolwassenen.
Stoppen met roken verlaagt de kans op kanker, maar ongeveer de helft van de rokers begint binnen 1 jaar opnieuw.
Vrouwen hebben gemiddeld minder succes met stoppen dan mannen. Hormonen kunnen hierbij een rol spelen. Zo lijken ontwenningsklachten en de kans op succesvol stoppen samen te hangen met de fase van de menstruatiecyclus en het gebruik van hormonale anticonceptie. Waarom dat zo is, is nog onvoldoende bekend.
Meer kennis over deze verschillen kan helpen om stopondersteuning beter af te stemmen op de individuele roker.
Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?
De onderzoekers vergelijken mannen met vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken en vrouwen in verschillende fasen van hun menstruatiecyclus.
Eerst onderzoeken ze in het laboratorium wat er gebeurt met onder andere stress, hunkering naar nicotine en reacties op rookprikkels tijdens normaal roken en tijdens een korte periode zonder nicotine.
Daarna volgen ze deelnemers 4 maanden in het dagelijks leven. Meerdere keren per dag beantwoorden deelnemers vragen over bijvoorbeeld stress, hunkering en roken. Ook verzamelen de onderzoekers informatie zoals hartslagvariatie en gegevens over smartphonegebruik.
Met statistische methoden en machine learning zoeken ze naar patronen die terugval kunnen voorspellen.
Tot slot onderzoeken ze hoe deze kennis het beste kan worden gebruikt in de praktijk. Hiervoor werken ze samen met onder andere het Trimbos-instituut en Jellinek.
Wat levert dit onderzoek op?
Het onderzoek moet meer inzicht geven in de verschillen tussen mannen en vrouwen bij stoppen met roken en terugval.
Die kennis kan helpen om stopondersteuning beter af te stemmen op de individuele roker. De onderzoekers ontwikkelen hiervoor onder andere informatie voor zorgprofessionals en een digitale zelfhulpmodule.
Betere ondersteuning bij stoppen met roken kan uiteindelijk bijdragen aan minder roken en daarmee aan het voorkomen van kanker.