Het risico op darmkanker na bacteriële voedselvergiftiging

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 18 februari 2019

Geschat wordt dat zo’n 20% van alle kankergevallen wordt veroorzaakt door biologische ziekteverwekkers. Virussen zoals het hepatitisvirus, humaan papillomavirus en epstein-barrvirus zijn de bekendste veroorzakers van kanker.

Ook bacteriën kunnen leiden tot kanker. Uit eerder onderzoek van projectleider Neefjes bleek dat besmetting met de bacterie Salmonella Typhi (de veroorzaker van buiktyfus) een verhoogde kans geeft op galblaaskanker. In Aziatische landen zoals India en Pakistan zijn veel mensen chronisch besmet met deze bacterie. In Nederland is dat zeldzaam. Dit verklaart waarom galblaaskanker vaak voorkomt in Azië, maar relatief weinig in Nederland.

Besmetting met andere Salmonella-stammen komt wél voor in Nederland, meestal door voedselvergiftiging. Voedselvergiftiging wordt in Nederland in zo’n 30% van de gevallen veroorzaakt door een Salmonella Typhimurium of Salmonella Enteritidis- besmetting. Uit proefdieronderzoek bleek dat infecties met Salmonella Typhimurium inderdaad kanker kunnen veroorzaken.

Om te onderzoeken of dit ook bij mensen het geval is, zijn gegevens van het RIVM over salmonellabesmetting en gegevens van het IKNL over darmkanker naast elkaar gelegd. Uit deze analyse kwam inderdaad een verband naar voren: infectie met Salmonella Enteritidis bleek een 3-voudig verhoogde kans op kanker in het eerste deel van de darm te geven.

Doel van het project

  • Meer bewijs verzamelen dat Salmonella-infectie een verhoogd risico op darmkanker geeft.
  • Onderzoeken of de andere belangrijke bacteriële oorzaak van voedselvergiftiging, Campylobacter, ook bijdraagt aan het darmkankerrisico. 
  • Nagaan of frequente, milde infecties met Salmonella ook een risicofactor voor darmkanker zijn. Nederlanders worden ongeveer eens per 3,5 jaar geïnfecteerd met Salmonella zonder daar erg ziek van te worden. De vraag is of meerdere milde infecties hetzelfde effect hebben als één acute hevige infectie.

Plan van aanpak

  • De onderzoekers herhalen hun analyse met gegevens van de Deense Registratie. Onderzocht wordt of ook in die dataset een verband bestaat tussen Salmonella-besmetting en darmkanker.
  • In het laboratorium wordt onderzocht of de Campylobacter-bacterie darmkanker veroorzaakt. Men vermoedt dat het toxine (gifstof) van Campylobacter jejuni (de meest voorkomende stam) DNA-breuken maakt en zo de kans op kanker verhoogt. In het lab wordt getest of het toxine inderdaad gezonde cellen kan veranderen in kankercellen.
  • In het lab worden cellen herhaaldelijk aan lage hoeveelheden Salmonella blootgesteld om te kijken hoeveel kankercellen zich ontwikkelen in vergelijking met één hoge blootstelling.

Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre mensen die vanwege hun beroep meer worden blootgesteld aan Salmonella een verhoogde kans op darmkanker hebben. Tot slot wordt onderzocht in hoeverre antilichamen een rol spelen. Verandert de hoeveelheid antilichamen tegen Salmonella bij toenemende leeftijd? Hebben darmkankerpatiënten meer antilichamen of juist minder?

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Als vast komt te staan dat de Salmonella-bacterie een verhoogde kans op darmkanker geeft, kan dat leiden tot een verhoogde urgentie om Salmonella uit de voedselketen te weren. Patiënten die zijn gediagnosticeerd met een Salmonella-infectie, kan bovendien worden geadviseerd deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek darmkanker. Eventuele tumoren worden dan eerder opgespoord en behandeld.

Als uit het onderzoek blijkt dat ook Campylobacter kankerverwekkende eigenschappen heeft, kan hetzelfde traject worden gevolgd als bij Salmonella: vergelijking van de gegevens van de kankerregistratie en de infectieregistratie.