Ontrafelen van de rol van verstoorde signalering via E-cadherine in het ontstaan en de progressie van diffuus-type maagkanker
Onderzoekssamenvatting
Het ‘diffuus-type’ maagkanker is een vorm van maagkanker die steeds vaker voorkomt. Bij dit type maagkanker verspreiden losliggende tumorcellen zich door de hele maagwand. Hoe kan dat? Diffuus-type maagkanker kan erfelijk en niet-erfelijk zijn. De erfelijke variant wordt veroorzaakt door een genetische verandering (mutatie). Deze mutatie leidt tot verlies van E-cadherine, een eiwit dat betrokken is bij het ‘vastplakken’ van cellen. Ook bij de niet-erfelijke variant speelt E-cadherine een rol. Onduidelijk is echter hoe het verlies van E-cadherine ertoe leidt dat gezonde maagcellen zich ontwikkelen tot kankercellen.
Doel van het onderzoek
Het ontstaansmechanisme van diffuus-type maagkanker achterhalen:
- Hoe ontsnappen cellen uit de maagwand na verlies van E-cadherine?
- Waarom zijn ontsnapte cellen in staat om te overleven?
- Waarom worden ontsnapte cellen uiteindelijk kankercellen?
Waarom is dit onderzoek nodig?
Bij de meerderheid van de patiënten met diffuus-type maagkanker wordt de diagnose pas gesteld als er al uitzaaiingen zijn. Genezing is dan niet meer mogelijk. Bij patiënten met een erfelijke aanleg voor diffuus-type maagkanker is preventieve verwijdering van de maag de enige optie om te voorkomen dat patiënten overlijden aan maagkanker. Vroege opsporing van diffuus-type maagkanker is erg lastig omdat patiënten vaak laat klachten krijgen en de tumoren met een kijkonderzoek (endoscopie) niet goed te ontdekken zijn. Diffuus-type maagkanker wordt hetzelfde behandeld als andere maagtumoren, maar is vaker ongevoelig voor chemotherapie. De vooruitzichten zijn dus (nog) ongunstiger. Het is dus essentieel om de ontstaanswijze van diffuus-type maagkanker beter te begrijpen.
Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?
De onderzoekers gaan het ontstaan van diffuus-type maagkanker bestuderen in organoïden. Dit zijn driedimensionale mini-orgaantjes die in het laboratorium gekweekt worden uit menselijke cellen. De onderzoekers gaan organoïden kweken uit:
- Tumorweefsel van verschillende stadia van diffuus-type maagkanker, afkomstig van patiënten met de erfelijke variant.
- Gezond weefsel om de structuur en organisatie van de gezonde maag(cellen) na te bootsen.
In deze organoïden kunnen de onderzoekers de verschillende stappen van het ontstaan van maagkanker nabootsen en ontrafelen wat er exact gebeurt.
Wat levert dit onderzoek op?
Inzicht in hoe maagcellen losraken van de maagwand, zich door de maag verspreiden, overleven en kwaadaardig worden. Deze kennis kan vroege opsporing bevorderen en aanknopingspunten bieden voor behandeling op maat voor patiënten met vergevorderde stadia van het diffuus-type maagcarcinoom. Dit is noodzakelijk om de overlevingskansen van deze patiënten te verbeteren. Mogelijk kan het ook alternatieven bieden voor de ingrijpende maagverwijderingen bij patiënten met vroeg-stadium tumoren.
Nieuws en resultaten
Maart 2026
Gevorderde tumoren bij erfelijke diffuse maagkanker (HDGC) bevatten veel meer genetische veranderingen dan vroege tumoren. Dat blijkt uit onderzoek van 38 tumoren van 26 patiënten. Vroege tumoren laten nauwelijks extra DNA-afwijkingen zien, terwijl in latere stadia juist een duidelijke toename optreedt. Deze veranderingen zitten onder andere in genen die de groei en het gedrag van kankercellen sturen, zoals TP53. Ook veranderingen in chromosomen komen vooral voor bij gevorderde ziekte.
De resultaten laten zien dat HDGC zich stap voor stap ontwikkelt: van relatief ‘rustige’ vroege afwijkingen naar genetisch complexe tumoren. Dit helpt om beter te begrijpen wanneer de ziekte agressiever wordt. Die kennis kan in de toekomst bijdragen aan eerdere opsporing en meer gerichte behandelingen voor mensen met erfelijke maagkanker.
- Lees de publicatie in Gastric Cancer
Januari 2026
De onderzoekers laten zien dat β-catenine kan samenklonteren in kleine groepjes, ook wel ‘condensaten’ genoemd. In die groepjes zitten ook andere onderdelen van het E-cadherinecomplex. Deze vormen het begin van kleine contactpunten tussen cellen, die later uitgroeien tot sterke verbindingen. Als β-catenine minder goed zulke groepjes kan vormen, ontstaan er minder contactpunten en maken cellen minder snel en minder stevig contact met elkaar. Dit helpt te verklaren hoe verstoring van het E-cadherinecomplex ervoor kan zorgen dat cellen loslaten en zich verspreiden, zoals bij diffuus-type maagkanker.
- Lees de publicatie in Nature communications