Nieuwe therapie bij non-Hodgkinlymfoom

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

​Gepubliceerd op 18 februari 2019

Als de eerste behandeling bij non-Hodgkinlymfoom faalt dan nemen de overlevingskansen aanzienkijk af. Een nieuwe combinatiebehandeling van chemo- en immunotherapie biedt mogelijk kansen.

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers de overlevingskans verbeteren van patiënten met een non-Hodgkinlymfoom bij wie een eerdere behandeling gefaald heeft.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat de behandelopties minimaal zijn nadat het non-Hodgkinlymfoom is teruggekomen. De overlevingskans is dan minder dan een jaar. Daarom is een effectieve behandeling voor deze groep van patiënten hard nodig.

De onderzoekers denken dat een bepaalde combinatiebehandeling (PREBEN) interessant kan zijn. Deze bestaat uit verschillende medicijnen: een chemotherapie en immunotherapie (rituximab).

Zo’n nieuwe behandeling moet natuurlijk eerst goed onderzocht worden voordat artsen die aan patiënten kunnen geven. Belangrijke vragen hierbij zijn: wat is een veilige hoeveelheid van het medicijn? Wat is een effectieve hoeveelheid van het medicijn en welke factoren hebben hier invloed op?

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek zal moeten blijken of de overlevingskans van non-Hodgkinpatiënten, bij wie een eerdere behandeling gefaald heeft, toeneemt door toevoeging van immunotherapie. Als dat zo is dan komen hierdoor waarschijnlijk ook meer patiënten in aanmerking voor een stamceltransplantatie. Dit draagt ook bij aan betere overlevingskansen.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren zullen de onderzoekers patiënten benaderen bij wie het non-Hodgkinlymfoom niet op de standaardbehandeling gereageerd heeft. Eerst zullen ze in 24 patiënten de veilige dosis identificeren. Daarna zullen ze bij 60 patiënten het effect meten van de nieuwe combinatiebehandeling. Hiervoor zullen de onderzoekers onder andere op verschillende momenten scans maken en andere ziektegegevens verzamelen.