Het fosfoproteoom, sleutel tot therapie op maat met multi-kinase remmers in vergevorderde nier- en schildklierkanker

lopend
Beschikbaar voor gerichte giften

Onderzoekssamenvatting

Mensen met vergevorderde nier- of schildklierkanker kunnen behandeld worden met multi-kinaseremmers. Deze medicijnen remmen meerdere eiwitten die de groei van kankercellen aanjagen. Ze werken niet bij iedereen en geven vaak flinke bijwerkingen. Onderzoekers willen daarom beter voorspellen welk medicijn bij welke patiënt werkt.

Doel van het onderzoek

De onderzoekers willen een test ontwikkelen die voorspelt welke multi-kinaseremmer het beste past bij een patiënt. Daarvoor kijken ze naar het fosfoproteoom van de kanker. Het fosfoproteoom geeft informatie over welke eiwitten en communicatieroutes in kankercellen actief zijn. Zo willen de onderzoekers beter begrijpen welke processen de groei van de kanker aanjagen. Ook onderzoeken ze waarom kankercellen soms niet of niet meer reageren op deze medicijnen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Bij vergevorderde nier- en schildklierkanker kunnen artsen multi-kinaseremmers gebruiken. Dit zijn medicijnen die verschillende eiwitten remmen die betrokken zijn bij de groei van kankercellen. Maar slechts een deel van de patiënten heeft baat bij de behandeling. Tegelijk krijgen bijna alle patiënten te maken met flinke bijwerkingen. Op basis van genetische kenmerken van de kanker kunnen artsen nu niet goed voorspellen welke kinaseremmer bij welke patiënt werkt. Daarom kijken de onderzoekers naar de activiteit van eiwitten in de kankercellen. Eiwitten kunnen actief worden doordat er een kleine chemische groep, een fosfaatgroep, aan wordt gekoppeld. Door te meten bij welke eiwitten dit gebeurt, krijgen onderzoekers een beeld van de actieve processen in de kankercel. Dit noemen ze het fosfoproteoom.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers brengen het fosfoproteoom van nier- en schildklierkanker uitgebreid in kaart. Zo bekijken ze welke eiwitten en zogenoemde kinasen actief zijn. Kinasen zijn eiwitten die andere eiwitten kunnen aanzetten en zo bijvoorbeeld de groei van kankercellen beïnvloeden. Ze doen dit onderzoek bij modellen van nier- en schildklierkanker en bij tumorweefsel van patiënten. Vervolgens vergelijken ze het fosfoproteoom met hoe goed verschillende kinaseremmers werken. Zo zoeken ze naar kenmerken die kunnen voorspellen welk medicijn het beste werkt. Met deze informatie maken de onderzoekers een voorspelmodel. Dit model testen ze daarna bij een andere groep patiënten.

Wat levert dit onderzoek op?

Het onderzoek moet meer inzicht geven in waarom multi-kinaseremmers bij de ene patiënt wel werken en bij de andere niet. De onderzoekers verwachten dat dit leidt tot een test waarmee artsen beter kunnen voorspellen welke kinaseremmer het meest geschikt is voor een patiënt met vergevorderde nier- of schildklierkanker. Daarmee kan de behandeling in de toekomst beter worden afgestemd op de kenmerken van de kanker. De volgende stap is een klinische studie waarin patiënten op basis van hun eigen fosfoproteoomprofiel de meest passende kinaseremmer krijgen.