Genetische factoren die de behandeling beïnvloeden

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 7 mei 2019

​Kankersoorten die veel DNA-fouten maken tijdens celdelingen, gedragen zich meestal agressiever en zijn vaker therapieongevoelig. Nieuwe medicijnen die hierop aangrijpen, zijn in de maak. Maar voor een succesvolle inzet is meer kennis nodig.
 

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers de genetische factoren achterhalen die invloed hebben op het effect van een nieuw medicijn voor eierstokkanker.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat therapieongevoeligheid nog te vaak optreedt. Zeker bij agressieve kankersoorten zoals eierstokkanker.

Soms is daar een bepaald genetisch defect deels verantwoordelijk voor. Bij eierstokkanker is dat een fout in het gen p53. Hierdoor is een bepaald DNA-herstelmechanisme uitgeschakeld. Als je het enige andere herstelmechanisme (Wee1) ook uitschakelt, heb je een therapie tegen eierstokkanker met een p53-mutatie. Dat kan met een Wee1-remmer.

Toch lijken meer genetische defecten dan alleen de p53-mutatie te bepalen of de Wee1-remmer succesvol is. De genfouten en -eigenschappen die hierbij een rol spelen, zijn grotendeels onbekend. 

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek moet blijken welke genfouten en -eigenschappen van invloed zijn op het effect van een wee1-remmer. Deze kennis is waarschijnlijk ook van toepassing op kankersoorten met vergelijkbare eigenschappen als eierstokkanker, zoals triple-negatieve borstkanker. 

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren voeren de onderzoekers in het laboratorium diverse tests uit. Hiervoor gebruiken zij organoïden (mini-organen) en speciale PDX-modellen die tumorweefsel nabootsen. Zo kunnen zij testen of het tumorweefsel gevoelig is voor de wee1-remmer, En zo niet, welk genfout of -eigenschappen hieraan ten grondslag ligt. Door deze modellen te combineren, kunnen ze de werkelijkheid beter nabootsen. Bovendien testen ze ook een snellere methode om al die genen in kaart te brengen.