Enzymen en therapieongevoeligheid bij borstkanker

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 10 mei 2019

​Veel nieuwe behandelopties zijn inmiddels beschikbaar, maar toch blijft therapieongevoeligheid (resistentie) een groot probleem. Hoe ontstaat deze ongevoeligheid?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers weten hoe therapieongevoeligheid bij borstkanker ontstaat en welke maatregelen het risico verlagen zodat de overlevingskans toeneemt.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat therapieongevoeligheid nog altijd een groot probleem is, ook bij nieuwe therapieën.

In dit project willen de onderzoekers weten of borstkankercellen kleine blaasjes uitscheiden waardoor ze therapieongevoelig kunnen worden. Bepaalde enzymen zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor het aansturen van de blaasjesproductie. Maar momenteel weten we niet welke enzymen hier een rol bij spelen. Deze kennis is nodig om de enzymen gericht te remmen waardoor het risico op therapieongevoeligheid afneemt.

Anderzijds zijn er ook aanwijzingen dat de energiehuishouding van kankercellen een rol speelt bij de productie van deze blaasjes. Als dat zo is dan is alleen het remmen van de betrokken enzymen waarschijnlijk onvoldoende. Doordat nu een nieuwe techniek beschikbaar is kan dat nu goed uitgezocht worden.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek zal moeten blijken of bepaalde enzymen een belangrijke rol spelen bij de productie van deze blaasjes. En of remming van die enzymen leidt tot minder therapieongevoeligheid. Als dat zo is dan zal de behandeling van borstkanker, en waarschijnlijk ook van andere kankersoorten, verbeterd kunnen worden.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren zullen de onderzoekers in het laboratorium hun nieuwe techniek testen. Ze hebben een unieke methode ontwikkeld die het mogelijk maakt om gedurende relatief korte tijd de productie van verschillende type kankerblaasjes te meten. Hiermee kunnen ze in kaart brengen welke enzymen een belangrijke rol spelen bij de productie van die blaasjes. En of het remmen van die enzymen leidt tot minder therapieongevoeligheid.