De rol van DNA-schadeherstel in kanker

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 22 februari 2019

DNA-schade kan leiden tot kanker, maar het vormt ook een zwakke plek van kankercellen. Dat maakt dat behandelingen die DNA-schade veroorzaken risico’s met zich meebrengen. Hoe minimaliseer je die?

Doel van dit onderzoek

Begrijpen welke rol herstel van DNA-schade speelt in het ontstaan en de behandeling van kanker. Die kennis moet leiden tot gerichtere behandelingen met minder bijwerkingen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Chemotherapie en bestraling beschadigen het DNA van snel delende cellen, zoals kankercellen, maar ook van gezonde cellen. Wanneer de schade beperkt blijft, kunnen gezonde cellen hun DNA weer repareren en zal het weefsel na verloop van tijd herstellen. Maar de schade kan ook blijvend zijn en nog tot op late leeftijd leiden tot bijwerkingen (late effecten), zoals onvruchtbaarheid en zelfs een nieuwe vorm van kanker. 

Het onvermogen om DNA-schade te kunnen repareren is daarmee een tweezijdig zwaard: aan de ene kant kunnen cellen uitgroeien tot kanker, omdat ze hun DNA-schade niet goed kunnen repareren. De kankercellen zijn vervolgens wel vatbaarder voor behandeling, omdat de extra DNA-schade die ze daarbij oplopen hen fataal wordt. Maar wanneer de omringende gezonde cellen vervolgens op hun beurt óók niet goed om kunnen gaan met de extra DNA-schade, kan dat fout aflopen voor de gezonde cellen.

Hoe werkt dit nou precies en wat zijn de implicaties voor een veilige behandeling?

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers gaan op zoek naar defecten in DNA-herstelmechanismen. Als er iets fout gaat in DNA-herstel, kunnen DNA-fouten zich opstapelen in de cel. De onderzoekers verwachten dat ze patronen kunnen vinden in DNA-fouten, die herleidbaar zijn tot onderliggende defecten in DNA-herstelmechanismen.

Dit willen ze gaan onderzoeken in organoïds: dat zijn een soort opgekweekte minitumoren, die heel dicht staan bij de situatie in de patiënt. In deze organoïds kunnen ze heel zuiver analyseren wat er gebeurt als specifieke DNA-herstelmechanismecomponenten worden uitgeschakeld. Vervolgens kunnen ze ook testen welke bestaande en nieuwe behandelmethode effectief zijn tegen de kankercellen.

Wat levert dit onderzoek op?

Hoewel dit onderzoek fundamenteel van aard is en met name kennis oplevert over de rol van DNA-schadeherstel bij kanker, kan deze kennis snel worden toegepast om kankercellen gerichter te behandelen, met minder kans op late effecten ten gevolge van de behandeling.