Betere behandeling van oogmelanoom met MRI

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 30 maart 2020

Jaarlijks krijgen zo’n 200 Nederlanders de diagnose oogmelanoom. In deze patiëntenstudie wordt onderzocht hoe de behandeling van deze tumor beter kan.

Doel van het onderzoek

Bepalen of MRI toegevoegde waarde heeft in de behandeling van oogmelanoom. Rondom de behandeling zijn momenteel nog een aantal vragen en onvolkomenheden, die MRI-scans wellicht op kunnen lossen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Het oogmelanoom is de meest voorkomende kwaadaardige oogtumor. De meeste Nederlandse patiënten worden behandeld met bestraling doormiddel van een radioactief ruthenium-schildje, dat enkele dagen aan de buitenkant van het oog wordt geplaatst.

Voor de diagnose van het oogmelanoom wordt voornamelijk gebruikt gemaakt van fundusfotografie en echografie. Hiermee wordt ook de behandeling gepland en de patiënt na afloop gevolgd. Deze technieken hebben echter beperkingen. Zo kunnen ze maar heel beperkt de binnenkant van de tumor onderzoeken, waardoor een oogmelanoom soms moeilijk te onderscheiden is van andere oogaandoeningen. Daarnaast kunnen ze de omvang van de tumor niet nauwkeurig in 3D meten, waardoor niet nauwkeurig bepaald kan worden of het ruthenium-schildje goed geplaatst is. Ook is het met deze technieken niet mogelijk om snel vast te stellen of de bestraling succesvol is. Daardoor verkeren patiënten tot een jaar in onzekerheid.

Onderzoekers van het LUMC willen in dit project bepalen of deze tekortkomingen worden opgelost door MRI-technieken te gebruiken.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

In de afgelopen jaren zijn nieuwe MRI-technieken voor het oog ontwikkeld. Hiermee kan zowel een 3D-model van de tumor gemaakt worden, als de binnenkant van de tumor worden onderzocht. In dit project willen de onderzoekers deze techniek geschikt maken om de diagnose, behandeling en follow-up voor oogmelanoom patiënten te verbeteren.

  • Aan het begin van de studie gaan ze een MRI-scan van het oog ontwikkelen (die rekening houdt met beweging van het oog) en testen in een groep gezonde vrijwilligers.
  • Vervolgens gaan ze een groep van 30 oogmelanoompatiënten onderzoeken, die behandeld worden met een ruthenium-schildje. Deze patiënten krijgen voor, tijdens en na behandeling een MRI-scan. Zo wordt duidelijk of de MRI meerwaarde heeft.
  • Daarnaast scannen de onderzoekers eenmalig 45 patiënten met gerelateerde oogafwijkingen, om zo deze oogaandoeningen met MRI van elkaar te kunnen onderscheiden.

Wat levert dit onderzoek op?

Aan het eind van dit project kan MRI gebruikt worden om verschillende oogafwijkingen van elkaar te onderscheiden. Hierdoor kunnen patiënten waarbij de standaard technieken geen uitsluitsel geven, toch de juiste behandeling krijgen.

Daarnaast kan met MRI worden gecontroleerd of de behandeling goed wordt uitgevoerd, wat tot betere behandelresultaten zal leiden en met name minder bijwerkingen van de bestraling.

Als MRI eerder uitwijst of de behandeling succesvol verloopt, leven patiënten minder lang in onzekerheid, en kan eerder worden gestart met aanvullende behandelingen mocht dat nodig blijken.