Behandeling van darmkanker verbeteren

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 16 mei 2019

Dikkedarmkankerpatiënten kunnen verschillend op een behandeling reageren ook al is er sprake van hetzelfde ziektestadium. Er is daarom een betere voorspelling nodig van de werking van een behandeling. Welke factoren hebben een voorspellende waarde?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek bestuderen de onderzoekers of de methode die zij ontwikkelden geschikt is om 4 verschillende moleculaire groepen van dikkedarmkanker te identificeren. Bovendien willen ze weten of deze indeling de effectiviteit van een bepaalde therapie (anti-EGFR therapie) vergroot.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat patiënten met dikkedarmkanker verschillend op de behandeling kunnen reageren, ondanks dat de ziekte in een vergelijkbaar stadium is. Als de reactie op de behandeling per patiënt beter wordt voorspeld, dan voorkomt dat onnodige behandelingen of juist onterecht afzien van een noodzakelijke behandeling.

Verschillende factoren kunnen de reactie van het lichaam op een behandeling beïnvloeden. Deze zijn lang niet allemaal bekend. Toch zijn er wel enkele genetische verschillen die meetbaar zijn en die de reactie beïnvloeden. Op basis van deze verschillen kunnen patiënten met dikkedarmkanker in 4 verschillende moleculaire groepen worden ingedeeld. Gerichte behandeling op basis van die 4 groepen kan de vooruitzichten mogelijk verbeteren.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek moet blijken of de indeling in deze 4 groepen met behulp van hun methode makkelijk en betrouwbaar is. En of deze indeling leidt tot een betere voorspelling over de slagingskansen van een bepaalde behandeling (anti-EGFR therapie). Dit kan dikkedarmkankerpatiënten onnodige behandelingen of risico’s besparen.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren bestuderen de onderzoekers het tumorweefsel van dikkedarmkankerpatiënten. Het gaat om patiënten die zijn behandeld met de anti-EGFR therapie.

Door het tumorweefsel in de 4 moleculaire groepen in te delen en deze resultaten te koppelen aan die van de anti-EGFR therapie kunnen de onderzoekers nagaan of hun methode betrouwbaar voorspelt wat de slagingskans van de therapie is.

Hierna wordt de methode getoetst in een groot landelijk cohort van dikkedarmkankerpatiënten.