Alvleeskliertumoren en hun beschermende omgeving

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 1 mei 2019  

Alvleeskliertumoren scheiden stoffen uit waarmee ze hun omgeving aanpassen. En wel zó, dat behandeling weinig effect heeft. Hoe werkt dit proces en kun je het ook afremmen? 

Doel van dit onderzoek

De onderzoekers willen uitzoeken hoe bepaalde alvleeskliertumoren een omgeving voor zichzelf scheppen waardoor ze ongevoelig voor behandeling worden.  

Waarom is dit onderzoek nodig?

Ductaal adenocarcinoom van de alvleesklier (PDAC) is een dodelijke vorm van kanker. Chemotherapie heeft geen effect en hoewel de laatste jaren veel bekend is geworden over de genetische factoren en de verschillende PDAC-subtypen, is de behandeling nog steeds niet succesvol.

De invloed van de omgeving van de tumor, waaronder het ontstaan van ontstekingsweefsel, lijkt de ongevoeligheid voor behandeling te verergeren. Hoewel er strategieën zijn ontwikkeld om dit ontstekingsweefsel aan te vallen, is er nog altijd geen effectieve therapie voorhanden voor PDAC. Het is daarom belangrijk om de interactie tussen de genetische factoren en de omgevingsfactoren bij PDAC beter te begrijpen. 

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers duiken in de relatie tussen de eigenschappen van de tumoromgeving (bijvoorbeeld de stijfheid van het weefsel) en de ongevoeligheid voor behandeling. Ze gaan onderzoeken welke moleculen PDAC’s uitscheiden en welke invloed dat heeft om hun omgeving naar hun hand te zetten. Dat doen ze in tumorweefsel van patiënten en in cellijnen die ongevoelig voor behandeling zijn. 

Wat levert dit onderzoek op?

Als duidelijk wordt hoe alvleeskliertumoren precies een gunstige omgeving voor zichzelf creëren, kunnen onderzoekers manieren uitvinden om dat proces te stoppen. Dat moet het mogelijk maken dat deze tumoren op den duur weer gevoelig worden voor behandeling.