Alvleesklierkanker: voorspellen wie baat heeft bij chemotherapie

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 17 mei 2019

​Chemotherapie bij alvleesklierkanker is niet altijd effectief. Dat heeft te maken met het weefsel waaruit de tumor bestaat. In dit project wordt onderzocht of het mogelijk is om vooraf te bepalen hoe de tumor is opgebouwd, zodat beter voorspeld kan worden of chemo aan zal slaan of niet.

Achtergrond

Alvleesklierkanker is een van de meest dodelijke vormen van kanker. De ziekte geeft lange tijd geen, of heel algemene klachten, en wordt pas in laat stadium ontdekt. Daarna is het nog maar de vraag of er nog effectief behandeld kan worden. Als er al uitzaaiingen zijn, heeft een operatie geen zin meer. En chemotherapie is lastig om in voldoende mate te doseren zonder te heftige bijwerkingen te veroorzaken. Dat geldt in het bijzonder voor FOLFIRINOX: een combinatie-chemotherapie die de ziekte bij een deel van de patiënten langer onder controle kan houden (en in sommige gevallen zelfs een genezende operatie weer mogelijk maakt), maar die ook aanzienlijke bijwerkingen geeft.

Dat chemotherapie niet altijd even effectief is bij alvleesklierkanker, komt mede door de opbouw van de alvleeskliertumor: deze bestaat vaak uit stijf bindweefsel, wat het lastig maakt voor chemo om de kankercellen te bereiken.

Doel

De onderzoekers willen proberen het bindweefsel vóór de behandeling met chemotherapie in kaart te brengen, om zo te kunnen voorspellen of de behandeling aan zal slaan. Met huidige beeldvormende technieken (MRI en CT) kan dat niet, maar Magnetische Resonantie Elastografie (MRE) kan weefselstijfheid meten en is wél geschikt.

Relevantie voor de patiënt

MRE dient zo bij te dragen aan de inschatting wie dusdanig veel baat zal hebben van chemo dat diegene na een jaar nog in leven is – en bij wie dit niet het geval is. Daarmee worden niet-effectieve behandelingen met bijwerkingen voorkómen, zal kwaliteit van leven verbeteren en kunnen patiënt en arts beter geïnformeerd de behandelingskeuze maken.