Slagingskans behandeling mond- en keelkanker verbeteren

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 27 maart 2019

Een groot deel van de patiënten met kanker van de mond of keel, veroorzaakt door het humaan papillomavirus, reageert goed op de standaardbehandeling. Maar niet allemaal. Hoe zit dat?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers een specifieke afweercel nader bestuderen die bepalend lijkt te zijn voor het slagen van de standaardbehandeling bij mond- en keelkanker veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). Bovendien willen de onderzoekers weten of een HPV-vaccinatie helpt om de behandeling te laten slagen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat de meeste patiënten met kanker in de mond en keel, veroorzaakt door het HPV, goed op de standaardbehandeling reageren, maar een klein deel niet. Hoe kan dat?

De onderzoekers van dit project ontdekten eerder al dat witte bloedcellen (afweercellen) gericht tegen het HPV-virus vaker bij patiënten met een goede reactie op de behandeling aanwezig zijn. Het gaat hierbij om T-cellen. Die zijn in staat om lichaamsvreemde cellen, zoals kankercellen, te herkennen en te bestrijden. Het lijkt er dus op dat deze T-cellen een belangrijke factor zijn in het wel of niet slagen van de antikankerbehandeling.

Bij nadere bestudering bleken deze T-cellen herkenbaar te zijn aan het eiwit CD161. Dat bevindt zich aan het oppervlakte van deze T-cellen. In het huidige project willen de onderzoekers dit eiwit nader bestuderen.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek zal moeten blijken wat de rol van het eiwit CD161 is in het bestrijden van mond- en keelkanker door HPV. Deze kennis kan op termijn leiden tot een betere slagingskans van de behandeling.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren zullen de onderzoekers in het bloed van patiënten met mond- of keelkanker door HPV kijken naar het aantal T-cellen met het CD161-eiwit. Bovendien bekijken ze het effect van de behandeling bij deze patiënten.

Daarnaast gaan ze in het laboratorium met gekweekte T-cellen specifiek kijken naar de reactie op de behandeling. Hiervoor beschikken zij over kweken met T-cellen met CD161 en zonder CD161. Zo kunnen ze goed het verschil bekijken.

Tot slot kijken ze in bloedmonsters van mensen die ooit HPV-gevaccineerd zijn om HPV-afwijkingen te bestrijden. De vraag is of het aantal T-cellen met CD161 na vaccinatie is toegenomen.