neutrophil engagers tegen GD2 om kanker te genezen

Health~Holland
lopend

Onderzoekssamenvatting

Een monoklonale antistof is een type antilichaam dat wordt geproduceerd door identieke cellen, die allemaal afstammen van een enkele cel. Monoklonale antistoffen tegen kanker bestaan al 20 jaar, maar pas vrij recent heeft deze behandelwijze een vlucht genomen door de opkomst van zogenaamde ‘checkpointremmers’, die het immuunsysteem activeren om tumoren aan te vallen. Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een nieuw soort antistof dat specifieke witte bloedcellen, genaamd neutrofielen, aantrekt en activeert om kankercellen te bestrijden, de zogeheten ‘neutrofiel-engagers’.

Onderzoeksrichting

Deze benadering maakt gebruik van een specifiek molecuul genaamd 'bispecifiek antilichaam' dat neutrofielen naar de tumor leidt. Normaal gesproken bindt een antilichaam specifiek aan één bepaald antigeen. Een antigeen is een molecuul of een deel van een molecuul dat een immuunreactie kan veroorzaken in het lichaam van een organisme. Een bispecifiek antilichaam kan echter binden aan twee verschillende antigenen, namelijk het antigeen CD89 op neutrofielen en het antigeen GD2 dat aanwezig is op bepaalde kankercellen. Het activeren van neutrofielen via de CD89-receptor kan mogelijk effectiever zijn dan de huidige therapieën. Hoewel deze behandeling nog niet wordt gebruikt in de klinische praktijk, zijn de onderzoekers optimistisch dat het mogelijk is om het op grote schaal te produceren voor gebruik bij patiënten.

Onderzoeksvraag

Het huidige onderzoek richt zich voornamelijk op de vraag welke moleculaire vorm van de neutrofiel-engager het meest effectief is. Het bedrijf JJP Biologics heeft al een heleboel bispecifieke antistoffen ontwikkelt. Het UMCU gaat voor dit project een aantal testen in het lab en de beste 3 drie selecteren voor verder onderzoek in muizen.

Verwachte uitkomsten

De onderzoekers verwachten dat het aantrekken en activeren van neutrofielen om kanker te bestrijden beter zal werken dan de conventionele antistoftherapieën die zich meer richten op andere witte bloedcellen. Als de resultaten voldoen aan de verwachtingen, zullen de antistoffen verder worden geoptimaliseerd om mogelijke bijwerkingen te verminderen. Vervolgens zullen ze worden geproduceerd op grote schaal en onder strikte kwaliteitsnormen, gevolgd door klinische veiligheidsstudies voordat ze aan patiënten kunnen worden toegediend.

Relevantie

Dit onderzoek vertegenwoordigt een veelbelovende nieuwe benadering in de strijd tegen kanker. Door zich te richten op het activeren van neutrofielen, kunnen de onderzoekers mogelijk de effectiviteit van de behandeling vergroten en nieuwe mogelijkheden bieden voor patiënten met kanker. De bevindingen kunnen uiteindelijk leiden tot de ontwikkeling van een innovatieve therapie die het leven van kankerpatiënten aanzienlijk kan verbeteren.

Nieuws en resultaten

September 2026

De onderzoekers ontdekten dat neutrofielen ook in de zure omgeving van een tumor goed kankercellen kunnen doden wanneer ze met een antistof worden geactiveerd. In laboratoriumonderzoek doodden neutrofielen meer tumorcellen bij een lage zuurgraad dan bij een normale zuurgraad. Dit gold voor zowel IgG- als IgA-antistoffen en voor verschillende soorten kankercellen. Het effect was vooral sterk bij IgA-antistoffen.

De onderzoekers zagen ook dat neutrofielen zich bij een lage zuurgraad actiever rond tumorcellen bewogen. Ze maakten bovendien meer van de stof LTB4 aan, die neutrofielen aantrekt en activeert. Tegelijkertijd nam de productie van reactieve zuurstof en zogenoemde NETs af. Deze processen kunnen in sommige omstandigheden juist de groei en verspreiding van kanker bevorderen.

De resultaten laten zien dat de zure omgeving van een tumor de werking van neutrofielen niet alleen belemmert, maar hun antitumoractiviteit juist kan versterken wanneer deze met een antistof worden geactiveerd. Dit ondersteunt de verdere ontwikkeling van antistoftherapieën die neutrofielen inzetten om kankercellen te bestrijden. De bevindingen zijn nog alleen onderzocht in laboratoriumonderzoek met neutrofielen van gezonde donoren. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of dit ook in tumoren bij patiënten gebeurt.