Beïnvloedt skeletspiermassa chemotherapie?

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 2 mei 2019

​De intensieve therapie bij hoofdhalskanker kan tot ernstige bijwerkingen leiden. Vooraf is dit risico niet goed te voorspellen. Misschien biedt het meten van de skeletspiermassa een uitkomst.
 

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers bestuderen of een platinumhoudende chemotherapie preciezer kan worden gedoseerd op basis van de skeletspiermassa, in plaats van het lichaamsoppervlak (zoals nu gebeurt).

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat de intensieve behandeling die patiënten met een vergevorderd stadium van hoofdhalskanker normaliter krijgen, tot zeer ernstige bijwerkingen kan leiden.

Op het moment dat de arts de diagnose hoofdhalskanker stelt, is de ziekte bij twee derde van de patiënten al in een vergevorderd stadium. Normaliter krijgen de patiënten dan een behandeling met bestraling en platinumhoudende chemotherapie, zoals cisplatinum.

Het nadeel van deze chemotherapie is dat ongeveer een derde van de patiënten zulke ernstige bijwerkingen ervaart dat de dosis omlaag moet of de therapie zelfs moet worden gestopt. Staken of verlagen van de chemotherapie verhoogt het risico dat de kanker opnieuw gaat groeien. Momenteel kunnen artsen niet goed voorspellen bij wie die ernstige bijwerkingen wel of niet zullen optreden.

De onderzoekers van dit projectvoorstel denken dat de skeletspiermassa een mogelijke voorspeller hiervoor is. Want waarschijnlijk verspreidt deze chemotherapie zich alleen over de vetvrije massa. Dat is vooral de skeletspiermassa. Doseer je op basis van lichaamsoppervlak, dan krijgt een patiënt met een lage skeletspiermassa dus relatief te veel chemotherapie in vergelijking met een patiënt met een normale of hoge skeletspiermassa. Deze relatieve overdosering is mogelijk verantwoordelijk voor de ernstige bijwerkingen.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek moet blijken of patiënten met een lage skeletspiermassa een relatieve overdosering van platinumhoudende chemotherapie krijgen en of dit de ernstige bijwerkingen kan verklaren. Als dat zo is dan kan voortaan op basis van de skeletspiermassa de dosering van deze chemotherapie worden bepaald. Dit zal tot minder bijwerkingen en uitval leiden.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren meten de onderzoekers met behulp van een CT-scan de skeletspiermassa en met een bloedtest de hoeveelheid cisplatin. Daarnaast documenteren de onderzoekers ziektegegevens, zoals bijwerkingen en de toegediende dosis cisplatin. Op deze manier onderzoeken zij hoe skeletspiermassa, medicijnspiegel en bijwerkingen samengaan. De onderzoekers verzamelen deze gegevens bij 50 patiënten met hoofdhalskanker.