Welke onderzoeken en projecten financiert Pink Ribbon?
Bevolkingsonderzoek op maat?
Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar krijgen elke twee jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Er doen jaarlijks bijna een miljoen vrouwen mee aan het onderzoek, dat borstkanker vroegtijdig kan opsporen. Maar voor de ene vrouw ligt het risico op borstkanker hoger dan voor de andere vrouw.
Prof. Mireille Broeders (Radboudumc) gaat onderzoeken of het mogelijk is de hoeveelheid uitnodigingen aan te passen op het individuele risico om borstkanker te krijgen.
Overbehandeling van DCIS voorkomen
Ductaal carcinoom in situ (DCIS) is een mogelijke voorloper van borstkanker. Bij het bevolkingsonderzoek borstkanker worden elk jaar ruim 2.000 gevallen ontdekt. Deze vrouwen worden nu nog vaak voor de zekerheid behandeld, maar is dat wel echt nodig? Lang niet elke DCIS groeit daadwerkelijk uit tot borstkanker.
Dr. Esther Lips (NKI) onderzoekt een voorspellend model, waarmee ze onderscheid wil maken tussen vrouwen die juist wel en juist geen verdere behandeling nodig hebben.
Uitbreiding HEBON: iedereen telt
In Nederland zijn er veel families met een verhoogd risico op kanker door een erfelijke aanleg. De HEBON-studie vormt al jaren een unieke kennisbron voor onderzoek naar erfelijke borst- en eierstokkanker. Toch doet niet iedereen aan dit erfelijkheidsonderzoek mee. Bovendien zijn de medische gegevens vaak ongestructureerd en moeilijk toegankelijk, waardoor de verwerking veel tijd en inzet kost.
Prof. Marjanka Schmidt gaat de komende jaren aan de slag om HEBON slimmer en inclusiever te maken, zodat meer mensen mee kunnen doen.
Advies op maat bij vermoeidheid na borstkanker
Veel vrouwen ervaren langdurige vermoeidheid na borstkanker. Dit beperkt ze in hun dagelijks leven. Helaas werken behandelingen tegen vermoeidheid niet bij iedereen even goed.
Dr. Annemieke Witteveen (Universiteit Twente) onderzoekt welke aanpak het beste werkt bij welke patiënt. Ze gaat persoonlijke profielen opstellen die inzicht geven in de impact van de vermoeidheid en de voorkeuren van de patiënt. Hoe beter de behandeling daarop is af te stemmen, hoe groter de kans op minder vermoeidheid.
Slimme biopsienaald voor snelle diagnose
Om borstkanker vast te stellen is vaak een biopsie nodig. Hierbij wordt borstweefsel afgenomen en onderzocht onder de microscoop. Het afwachten van de uitslag zorgt voor veel angst en onzekerheid.
Prof. dr. Theo Ruers (Antoni van Leeuwenhoek) heeft daarom een slimme biopsienaald ontwikkeld die met geavanceerde lichtmetingen al tijdens de biopsie (real-time) kwaadaardige cellen kan herkennen. Hij onderzoekt hoe betrouwbaar en effectief de methode is, wat patiënten ervan vinden en of deze ook bij de huisarts is toe te passen.
Genetische test voor betere inschatting borstkankerrisico
Erfelijke fouten in de borstkankergenen BRCA1, BRCA2 en PALB2 kunnen het risico op borstkanker sterk verhogen. Van sommige fouten, de zogeheten VUS (Variant of Uncertain Significance), is helaas onduidelijk hoe groot dat risico is.
Dr. Maaike Vreeswijk (LUCM Leiden) ontwikkelde een genetische test die de risico's van VUS beter in kaart brengt. Haar doel is de test beschikbaar en vergoed te krijgen voor alle dragers van een VUS in de genen BRCA1, BRCA2 of PALB2. Daardoor weten zij beter waar ze aan toe zijn en of ze zich moeten laten screenen of preventief behandelen.
Ongevoeligheid voor behandeling bij hormoongevoelige borstkanker
Vrouwen met hormoongevoelige borstkanker krijgen vaak hormoontherapie. Helaas is deze behandeling niet altijd effectief. Soms komt de tumor terug in de vorm van een uitzaaiing die ongevoelig is voor de behandeling.
Men vermoedt dat bepaalde groepjes cellen in de tumor hiervoor verantwoordelijk zijn. De onderzoeksgroep van Elzo de Wit heeft een techniek ontwikkeld om deze groepjes te identificeren en te bestuderen. Meer kennis over hun rol maakt het mogelijk om beter te kunnen voorspellen of behandelingen aanslaan en hoe ongevoeligheid voor behandeling kan worden bestreden.
Informatie en keuzeondersteuning op maat voor vrouwen met een hoog risico op borstkanker
Vrouwen met een erfelijk verhoogd risico op borstkanker krijgen vaak het advies voor extra borstcontroles of preventieve borstverwijdering. Prof. Eveline Bleiker gaat onderzoek doen naar de behoefte aan informatie en ondersteuning bij dit soort moeilijke en ingrijpende keuzes.
Ook neemt ze de psychosociale impact van de verschillende opties onder de loep. Haar onderzoek moet leiden tot een gepersonaliseerde informatietool (incl. keuzehulp) en een e-learning voor zorgverleners.
(Her)bestraling met en zonder hyperthermie bij teruggekeerde borstkanker
Bij vrouwen die zijn behandeld voor borstkanker keert de ziekte soms terug in het bestraalde gebied. Zij krijgen dan een operatie om de tumor te verwijderen. Daarna volgt bestraling met of zonder hyperthermie (verwarming van het bestraalde gebied).
Hyperthermie versterkt het effect van bestraling, maar onbekend is of dit een betere overleving geeft. Dr. Desirée van den Bongard gaat daarom onderzoek doen naar de meerwaarde van hyperthermie bij teruggekeerde borstkanker. Hierbij weegt ze niet alleen de overleving af, maar ook de kans op bijwerkingen, de kans op terugkeer van de tumor en de kwaliteit van leven.
LORD-studie: voorlopers van borstkanker wel of niet behandelen?
DCIS staat voor ductaal carcinoma in situ. Dit zijn afwijkende cellen in een melkgang (ductus) van de borst die kunnen uitgroeien tot borstkanker. DCIS wordt vaak ontdekt tijdens borstkankerscreening; meestal omdat er kalkspatjes (calcificaties) te zien zijn op de röntgenfoto's.
Vrouwen met DCIS krijgen uit voorzorg vrijwel altijd een intensieve behandeling. Van tevoren is echter nooit met zekerheid te zeggen of die behandeling nodig is, want DCIS veroorzaakt lang niet altijd borstkanker of klachten. Drie van de vier DCIS-afwijkingen groeien nooit uit tot borstkanker. Er is dus sprake van aanzienlijke overbehandeling.
De LORD-studie onderzoekt of de standaardbehandeling (operatie, bestraling en/of hormoontherapie) veilig is weg te laten bij 'laag risico' DCIS (graad I of II). Deze vrouwen krijgen in plaats daarvan regelmatig een mammogram om eventuele veranderingen tijdig op te merken.
Door onderzoek te doen naar een andere aanpak is het mogelijk om duizenden vrouwen een onnodige intensieve behandeling te besparen.
Het verstoren van de stofwisseling van triple negatieve borstkanker
Er is nog geen gerichte therapie voor mensen met triple-negatieve borstkanker (TNBC). Patiënten krijgen een standaardbehandeling die bestaat uit een operatie, vaak gevolgd door chemotherapie en/of bestraling. Desondanks is niet altijd te voorkomen dat de tumor doorgroeit of uitzaait. In dit project willen onderzoekers de gewijzigde stofwisseling (metabolisme) van de kankercellen in kaart brengen om zo nieuwe doelen te vinden voor behandeling.
Hoe vraag je financiering aan?
Pink Ribbon financiert wetenschappelijk onderzoek en projecten op het gebied van borstkanker. Inmiddels zijn er al meer dan 220 onderzoeken en projecten gefinancierd.
Sinds eind 2016 is Pink Ribbon onderdeel van KWF Kankerbestrijding. Dat betekent dat het geld dat is opgehaald door en voor Pink Ribbon, door KWF doelgericht wordt uitgegeven aan onderzoek en andere projecten op het gebied van borstkanker.
Onderzoekers die financiering willen aanvragen voor een project op het gebied van borstkanker kunnen bij KWF terecht.
Hoe worden onderzoeksaanvragen beoordeeld?
Omdat Pink Ribbon onderdeel is van KWF, wordt de opbrengst van Pink Ribbon besteed aan borstkankeronderzoeken die bij KWF zijn ingediend. Deze onderzoeken hebben een beoordelingsprocedure doorlopen die garandeert dat alleen de beste projectvoorstellen voor financiering in aanmerking komen.
Binnen deze beoordelingsprocedure toetsen (inter)nationale topwetenschappers en (ex)patiënten de ingediende projecten op 3 criteria:
- haalbaarheid
- relevantie
- wetenschappelijke kwaliteit
Na toekenning van financiering blijft KWF nauw betrokken bij de onderzoeken. Om ondersteuning te bieden bij knelpunten, of om bij veelbelovende resultaten het project in een stroomversnelling te brengen.