Hersentumoren effectiever behandelen met een malariamedicijn

vrouwelijke onderzoeker in een laboratorium

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 8 april 2020

Hypoxie

Er komt steeds meer aandacht voor hypoxie (zuurstoftekort) bij tumoren. Dat blijkt wel uit de Nobelprijs voor Geneeskunde die in 2019 werd uitgereikt aan onderzoekers die gelden als grondleggers voor dit onderzoeksgebied.

Dankzij hun onderzoek weten we dat als kankercellen weinig zuurstof ontvangen, ze ander gedrag vertonen dan normale kankercellen. Dat zuurstofgebrek ontstaat wanneer kankercellen zich te snel delen. Tumoren krijgen voedingsstoffen (waaronder zuurstof) via bloedvaten. Maar de vorming van nieuwe bloedvaten in de tumor gaat dan eigenlijk te langzaam om de snelle tumor groei bij te houden. Ook zijn de bloedvaten in tumoren vaak van slechte kwaliteit. Als zo’n bloedvat bijvoorbeeld scheurt, krijgt het complete gebied achter die scheur geen zuurstof meer.

Minder zuurstof, minder effectieve behandeling

Dat heeft om meerdere redenen gevolgen voor de behandeling van kanker.

  1. Bloedvaten zijn niet alleen nodig om voedingsstoffen bij de tumor te brengen, maar ook chemo op de goede plek te krijgen. Dat bereikt die zuurstofarme gebieden niet goed.
  2. Bij bestraling werkt het anders: bestraling brengt schade toe aan kankercellen, zodat die afsterven. Maar we zien dat wanneer er niet voldoende zuurstof is, de toegebrachte schade óók niet voldoende is. De cellen overleven de bestraling dan. Als je kankercellen met een zuurstoftekort effectief wil bestralen, heb je een drie keer zo hoge dosis nodig. Dat zou teveel bijwerkingen voor de patiënt veroorzaken.
  3. Als reactie op zuurstoftekort zijn kankercellen geneigd om de plek te verlaten: ze gaan dus uitzaaien.

Onderzoek naar malariamedicijn

Kortom, hypoxie in tumoren vormt een groot obstakel in de behandeling van kanker. Maar de onderzoekers in dit project denken te weten hoe je dit kunt aanpakken.

Projectleider Kasper Rouschop: “Wij onderzoeken hoe cellen omgaan met zuurstofgebrek. Iets dat we in ons laboratorium al lang geleden hebben ontdekt, is dat tumorcellen zichzelf als het ware opeten. Autofagie heet dat: auto betekent zelf, fagie betekent opeten. Dat doet die cel omdat hij te weinig voedingsstoffen krijgt. Dus gaat de cel recyclen, in de hoop het lang genoeg vol te houden tot het zuurstoftekort is opgelost.”

Het mooie aan deze kennis, is dat het de weg naar een behandeling opent. “Er bestaat een malariamedicijn dat autofagie remt, chloroquine”, weet Rouschop. “We gaan in dit project de noodzakelijke voorbereidingen treffen om de eerste patiëntenstudies op te zetten. Door in het laboratorium bepaalde eiwitten (kinases) in glioblastomen te veranderen, willen we de effectiviteit van chloroquine verder verhogen. Bij goede resultaten kunnen we dan patiëntenstudies opzetten om te onderzoeken of chemotherapie en bestraling effectiever worden wanneer je eerst de hypoxische gebieden in een tumor wegvangt met dit malariamiddel. Of we op de goede weg zijn moet de komende jaren blijken, maar de Nobelprijs is indirect een mooie erkenning van ons onderzoeksveld.”