Download
Amsterdam,
03
november
2023
|
12:47
Europe/Amsterdam

Kans op borstkanker uit voorstadium relatief klein, maar moeilijk te voorspellen

De ontwikkeling van borstkanker uit de voorloperafwijking DCIS (ductaal carcinoma in situ) is relatief zeldzaam. Het blijft echter moeilijk om te voorspellen welke vrouw met DCIS later borstkanker krijgt en behandeld moet worden en welke vrouw niet. Dat blijkt uit nieuwe bevindingen van PRECISION, een groot internationaal onderzoek naar DCIS, geleid door het Antoni van Leeuwenhoek. Het onderzoeksteam benadrukt dat nieuwe voorspellers nodig zijn om overbehandeling van DCIS tegen te gaan.

DCIS bestaat uit abnormale cellen in de melkgangen van de borst. Deze afwijking kan in een klein aantal gevallen uitgroeien tot borstkanker. De grote vraag is bij welke patiënten dat gebeurt. Omdat dat niet goed te voorspellen is, worden alle vrouwen met DCIS uit voorzorg behandeld. Dit betreft meestal een operatie (soms zelfs borstamputatie), al dan niet gevolgd door bestraling en/of hormoontherapie. Veel vrouwen krijgen dus onnodig een zware behandeling.

Om die reden sloegen KWF Kankerbestrijding en zusterorganisatie Cancer Research UK in 2017 de handen ineen. Samen trokken zij 15 miljoen Britse pond uit om PRECISION mogelijk te maken. Daarmee is het een van de grootste onderzoeken van KWF ooit.

3 op de 100 vrouwen

Uit het onderzoek van PRECISION blijkt een kans van 3,2% dat vrouwen met DCIS binnen 10 jaar borstkanker aan dezelfde zijde krijgen. Dit percentage is berekend uit de gegevens van 47.695 vrouwen met DCIS uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Ik denk dat onze belangrijkste bevinding is dat borstkanker na DCIS echt zeldzaam is. Daarom is het nog belangrijker om te achterhalen welke vrouwen risico lopen. DCIS zelf is niet levensbedreigend, dus we willen niet alle vrouwen intensief en onnodig behandelen.

Prof. Marjanka Schmidt (Antoni van Leeuwenhoek), onderzoeker PRECISION-team

Zwakke voorspellers

De onderzoekers keken ook naar de grootte van DCIS en naar de aanwezigheid van afwijkende cellen aan de rand van het verwijderde weefsel (een aanwijzing voor achtergebleven DCIS-cellen in de borst). Deze twee factoren worden vaak gebruikt om het borstkankerrisico in te schatten en het behandelplan te bepalen.

Het onderzoeksteam vond slechts een zwak verband tussen enerzijds de grootte van DCIS en de snijrandstatus en anderzijds het risico op latere borstkanker in dezelfde borst. Deze kenmerken blijken dus van beperkte waarde om laag- en hoogrisico DCIS van elkaar te kunnen onderscheiden. Nieuwe voorspellers zijn daarom dringend nodig.

We concluderen dat deze verbanden niet sterk genoeg zijn om de beslissing te kunnen maken wie we wel en niet moeten behandelen.

Prof. Marjanka Schmidt (Antoni van Leeuwenhoek), onderzoeker PRECISION-team

Het onderzoek werpt een nieuwe blik op het borstkankerrisico bij DCIS. Het PRECISION-team werkt hard om (combinaties van) voorspellers te vinden waarmee beter te bepalen is welke vrouwen met DCIS behandeling nodig hebben en welke vrouwen niet.

De resultaten van het onderzoek zijn verschenen in het British Medical Journal. Cancer Research UK publiceerde een verhelderend artikel over het onderzoek.

Grand Challenge

PRECISION valt onder de Grand Challenges die Cancer Research UK in 2015 in het leven riep. Grand Challenges zijn grote uitdagingen in het kankeronderzoek die een internationale aanpak vereisen. PRECISION werd gehonoreerd binnen de uitdaging ‘Lethal cancers vs non-lethal cancers’.