KWF investeert miljoenen in behandelvaccin tegen voorstadium van baarmoederhalskanker
Groningse onderzoekers kunnen grote studie opzetten met ruim 6 miljoen euro
Jaarlijks krijgen in Nederland zo’n 5.000 tot 7.000 vrouwen een behandeling voor een voorstadium van baarmoederhalskanker. Een afwijking die vaak aan het licht komt binnen het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De behandeling bestaat uit het operatief verwijderen van afwijkend weefsel. Dat is meestal voldoende, maar bij ongeveer één op de tien vrouwen komt de aandoening toch terug, waardoor er alsnog baarmoederhalskanker kan ontstaan. KWF investeert nu ruim 6 miljoen euro in een onderzoek naar een mogelijke oplossing: een behandelvaccin dat de kans verkleint dat dit voorstadium daadwerkelijk terugkeert.
Dit belangrijke project staat onder leiding van gynaecologisch oncoloog & immunoloog prof. Hans Nijman (UMC Groningen). Later dit jaar gaat het onderzoek van start. “Met als doel dat we het risico op terugkeer van de afwijking minimaal halveren,” zegt Nijman. “We verwachten dat het effect van het vaccin zelfs beduidend groter kan zijn. Uiteindelijk mikken we ook op toepassing bij andere vormen van kanker die door HPV worden veroorzaakt.”
HPV verantwoordelijk voor zo’n 1700 kankergevallen per jaar
Nijman noemt HPV en kanker, maar hoe zit dat ook alweer? HPV staat voor humaan papillomavirus. Een seksueel overdraagbaar virus waar bijna iedereen ergens in het leven wel eens door besmet raakt. Meestal ruimt het lichaam dit virus zelf weer op, maar in sommige gevallen blijft het virus aanwezig in het lichaam. En kan het voor afwijkingen zorgen die kunnen uitgroeien tot verschillende vormen van kanker.
Baarmoederhalskanker is daarvan de bekendste, maar van HPV kan je ook op andere plekken in je lichaam kanker krijgen: de mond- en keelholte, schaamlippen, anus, penis en vagina. Ieder jaar krijgen ongeveer 1.300 vrouwen en 400 mannen kanker door HPV .
Geen preventie, maar (aanvulling op) behandeling
Nijman wil een mogelijk misverstand over zijn vaccin uit de weg ruimen: “Het vaccin dat wij onderzoeken is een ander vaccin dan het bestaande profylactisch HPV-vaccin, dat jongeren krijgen aangeboden. Dat is een preventief vaccin bedoeld om infectie te voorkomen. Wij ontwikkelen een behandelvaccin, een therapeutisch vaccin. Voor vrouwen bij wie de HPV-infectie heeft doorgezet en er een voorstadium van baarmoederhalskanker is ontstaan. Ons vaccin richt zich specifiek op HPV-type 16, de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker.”
Grote studie met 948 deelnemers
Nijman en zijn team voeren komende jaren een gerandomiseerd onderzoek uit, met 948 deelnemers. Iedere vrouw die meedoet aan het onderzoek krijgt na de gewone operatie een vaccinatie. De helft van de vrouwen krijgt het echte vaccin, de andere helft krijgt een prik zonder werkzame stof (een placebo). De vrouwen worden daarna twee jaar gevolgd. “Dat is de periode waarin we normaal gesproken zien of een afwijking terugkomt,” aldus Nijman.
Een deel van het toegekende onderzoeksbudget gaat naar de productie van het vaccin. De rest is bestemd voor uitvoering van de studie. “Zowel de productie van het vaccin als het uitvoeren van een grote studie met patiënten moet gebeuren volgens strikte wettelijke regels. Deze regels zorgen ervoor dat de gegevens die we verzamelen betrouwbaar en bruikbaar zijn. Ze beschermen bovendien de veiligheid van iedere deelnemer, omdat alle stappen zorgvuldig gecontroleerd en verantwoord moeten worden uitgevoerd.”
In een eerdere kleinere studie, ook door KWF gefinancierd, liet het vaccin zien effectief te zijn met amper bijwerkingen. “Je kunt wat last hebben van de prikplek of je een dag wat grieperig voelen,” zegt hij. “Maar die reactie is eigenlijk juist een goed teken, want het zijn signalen dat het vaccin het afweersysteem succesvol aan het werk heeft gezet.”
Eerste stap naar grotere doorbraak
Hoewel de toepassing van het vaccin binnen dit onderzoek is beperkt tot aanvullende behandeling bij voorstadia van baarmoederhalskanker, durft Nijman groter te dromen. “Als dit vaccin goed blijkt te werken, kun je je voorstellen dat een operatie in de toekomst misschien niet meer nodig is en dat het vaccin op zichzelf voldoende behandeling biedt. Een volgende stap zou kunnen zijn dat je het vaccin inzet zodra bij het bevolkingsonderzoek blijkt dat iemand het HPV virus draagt.”
Ook toepassingen bij andere HPV-gerelateerde kankers liggen in het verschiet. “Je kunt je bijna geen grenzen voorstellen aan de mogelijke toepassingen, maar elke volgende stap vraagt om zorgvuldig en kritisch onderzoek,” zegt Nijman. “We willen ook graag onderzoek doen naar de combinatiebehandeling van huidige bestaande behandeling voor baarmoederhalskanker met het vaccin. In de komende jaren zullen we proberen financiering aan te trekken om deze mogelijkheden verder te onderzoeken”.
Dat KWF nu deze investering doet, is een belangrijke stap vooruit. “Met de financiering van onze studie stimuleert KWF het doorontwikkelen van onderzoek richting daadwerkelijke toepassing bij de patiënt. Een onderdeel van dit project is dat de EMA meekijkt naar het onderzoek en naar de manier waarop we het vaccin produceren. Dat sluit goed aan bij de formele stappen en spelregels die nodig zijn om een behandeling verantwoord verder te brengen. ”
Het nieuwe onderzoek zet voor Hans Nijman een kroon op een lange onderzoekscarrière. “Na mijn promotieonderzoek kon ik in 2001 met een beurs van KWF naar Toronto. Daar werkte ik samen met toonaangevende onderzoekers op het gebied van bestraling en chirurgie. Ik leerde er veel over innovatieve behandelingen én over een kritische, wetenschappelijke benadering. Na mijn terugkeer in Groningen, gesteund door een persoonsgebonden KWF financiering, kon ik een eigen onderzoeksgroep opbouwen. Samen met de komst van Marco de Bruyn in 2014 is dit uitgegroeid tot het translationeel immunologische onderzoeksprogramma dat we vandaag op meerdere gebieden met veel ambitie en wetenschappelijke gedrevenheid verder ontwikkelen. Dit alles met het doel om de rol van het immuunsysteem bij kanker steeds beter te begrijpen om te komen tot nieuwe behandelingen voor patiënten met kanker. KWF is daarin ontzettend belangrijk om dit allemaal mogelijk te maken.”
Carla van Gils (directeur KWF): “Dankzij onze donateurs kunnen we gericht investeren in initiatieven die het verschil maken. Soms zijn dat kleine investeringen in lokale projecten. Maar soms ook grote patiëntenstudies waarin de laatste stap wordt gezet richting toepassing bij de patiënt. Na het eerdere onderzoekswerk, dat KWF al deels financierde, kan dit project de laatste stap zijn richting toepassing. En zo voorstadia van baarmoederhalskanker nog beter behandelen. Daar kijken we reikhalzend naar uit!”
Meer lezen over het onderzoekswerk van Hans Nijman en zijn collega Toos Daemen? Het UMC Groningen publiceerde in 2025 een duoportret van deze gedreven onderzoekers.