Bevolkingsonderzoek borstkanker

Koningin Wilhelmina en onderzoeker

Standpunt bevolkingsonderzoek borstkanker

In Nederland worden alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar, om de twee jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker.

KWF is overtuigd van het nut van dit bevolkingsonderzoek en twijfelt niet aan de huidige leeftijdsgrenzen. KWF vindt het wel belangrijk dat vrouwen zich goed laten informeren over de voor- en nadelen van iedere methode zodat ze een goede keuze kunnen maken.

Momenteel worden röntgenfoto’s van de borsten (mammografie) toegepast binnen het bevolkingsonderzoek om tumoren op te sporen. Nadat de foto’s zijn beoordeeld, wordt een brief met de uitslag gestuurd. Wanneer een afwijking ontdekt is op de foto’s is vervolgonderzoek nodig om te kijken of er echt iets aan de hand is. Het RIVM is verantwoordelijk voor de coördinatie van alle bevolkingsonderzoeken.

Voordelen bevolkingsonderzoek borstkanker

Hoe eerder kanker wordt ontdekt hoe beter. Door vroegtijdige opsporing van kanker is de kans op genezing en overleving vergroot en de kans op uitzaaiingen kleiner. Dit komt omdat kanker beter te behandelen is wanneer deze in een vroeg stadium ontdekt wordt.

Nadelen bevolkingsonderzoek borstkanker

  • Na nader onderzoek kan blijken dat de afwijking toch geen borstkanker was. In dat geval is er onnodige onzekerheid geweest.

  • Bij sommige vrouwen groeit de tumor die ontdekt is zo langzaam, dat zij er tijdens hun leven geen last van zouden hebben gehad. Zij kunnen door het bevolkingsonderzoek een behandeling krijgen die eigenlijk niet nodig was geweest.

  • Daarnaast is deelname aan het bevolkingsonderzoek een momentopname. Dit kan leiden tot schijnzekerheid, mensen gaan niet naar de huisarts met klachten maar wachten tot het volgende bevolkingsonderzoek.

Hoe worden de leeftijdsgrenzen bepaald?

De overheid bepaalt wie in aanmerking komt voor bevolkingsonderzoek op basis van langlopende onderzoeken en proefbevolkingsonderzoeken. Van belang is dat de gezondheidswinst opweegt tegen de risico’s voor de groep die wordt uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. De meeste vrouwen die borstkanker krijgen zijn ouder dan 50 jaar. De kans is dus veel groter om borstkanker te krijgen bij deze leeftijdsgroep. Vrouwen jonger dan 50 jaar hebben vaak veel bind- en klierweefsel in de borsten. Het gevolg is dat er vaak een afwijking gevonden wordt, maar uiteindelijk geen borstkanker wordt vastgesteld. De gevonden afwijking geeft veel angst en onzekerheid in de tussenliggende periode. Bij vrouwen boven de 75 jaar groeit een tumor meestal heel langzaam. Het belangrijkste nadeel bij deze groep is de kans dat er borstkanker wordt ontdekt waar vrouwen tijdens hun verdere leven geen last meer van zouden hebben gehad. KWF Kankerbestrijding twijfelt niet aan de huidige leeftijdsgrenzen van het bevolkingsonderzoek.

Ontwikkelingen

De Gezondheidsraad adviseert om meer onderzoek te doen naar mogelijkheden om vrouwen met een hoog en laag risico te onderscheiden. Op die manier kan het bevolkingsonderzoek in de toekomst gerichter worden aangeboden. Bijvoorbeeld passende beeldvormende technieken, zoals een MRI scan bij vrouwen met veel bind- en klierweefsel en intensievere monitoring van vrouwen met erfelijke aanleg of borstkanker in de familie.

Borstzelfonderzoek

Uit onderzoek blijkt dat borstzelfonderzoek niet leidt tot minder sterfte aan borstkanker. Ook wordt borstkanker bij vrouwen die regelmatig hun borsten onderzoeken niet vroeger ontdekt. Iedere vrouw moet dan ook zelf de keuze maken of ze borstzelfonderzoek wil doen. Door zelfonderzoek raakt een vrouw wel vertrouwd met haar lichaam: bijvoorbeeld hoe de borsten aanvoelen en hoe de huid eruit ziet. Een vrouw weet dan wat normaal is en kan een verandering sneller voelen of zien. Het blijft verstandig om bij klachten of aanhoudende veranderingen aan het lichaam de huisarts te raadplegen. 

Terug naar het overzicht