Irene en Esther

Zussen Irene en Esther

Irene: 'Ik durf weer vooruit te kijken'

Vijf jaar geleden kreeg Irene (39, rechts) de diagnose borstkanker. Haar zus Esther  (43) sleepte haar door die heftige periode heen. ‘Zij vangt me op als ik val.’

Ik was totaal in shock. Ik sportte drie keer per week, rookte niet en dronk weinig. Ik dacht dat ik kerngezond was,  maar niet dus. Er groeiden twee grote tumoren in mijn borst. Hóe dan?

Foute boel

Vijf jaar geleden stond ik onder de douche toen ik merkte dat mijn borsten iets afweken. Ik voelde een verdikking. De huisarts stuurde me door naar het ziekenhuis. Aan de blik van de dame die een mammografie maakte, zag ik het direct: dit is foute boel. Binnen een half uur was er een biopt gemaakt en kwam de eerste mededeling van de arts: ‘Het feit dat het weggenomen stukje weefsel zinkt, is geen goed teken…’ Huilend sloeg ik m’n handen voor mijn ogen.

Onvoorwaardelijke zussenliefde

Het moment van de diagnose kon niet slechter. Ik zat aan het eind van mijn scheiding en had de volledige zorg over mijn zoontje toen ik door de mallemolen werd gehaald. Een half jaar lang kreeg ik wekelijks zware chemo- en immunotherapie, gevolgd door een borstbesparende operatie. Ik was moe, misselijk, mijn nagels en haren vielen uit. Maar door mijn zus ben ik nooit omgevallen. Esther ving me altijd op. Zij was degene die liefdevolle kaarten schreef, die zwartgallige kankergrappen maakte waar ik keihard om kon lachen. Zij was bij de koelkapmeting, waardoor de kans dat ik mijn haar zou verliezen kleiner werd. En zij was en ís er ook op alle de momenten dat we elkaar niet zien. Ik voel altijd haar aanwezigheid, onze basis is zo goed.

Leef!

Het voelen van eindigheid, zorgde er bij mij voor dat ik volle bak wilde leven. Heb lol, spreek je uit, maak herinneringen. Het maakte dat ik me nog meer ging focussen op dingen die voor mij belangrijk zijn. Ik begon een nieuwe post-hbo coachingstudie en startte een praktijk waar ik mensen met kanker en hun naasten begeleid. Ik blijf tegenwoordig liever weg bij dingen die mij energie kosten. Bepaalde contacten zijn de afgelopen jaren dan ook verwaterd. Niet uit rancune, maar door het besef dat tijd niet vanzelfsprekend is. Het zijn mijn zoon, vriend, vrienden en familie met wie ik het wil rooien. Materieel is niet belangrijk meer, maar belevenissen met die kleine kern maken mijn leven waardevol. We zijn nog hechter geworden. Ik wil niet zeggen dat die kanker fijn was, maar door mijn ziekte heb ik wel alle bullshit uit mijn leven gewipt.

Keukengeluk

Fysiek ben ik schoon, maar het voelt niet alsof de ziekte achter mij ligt. Dagelijks slik ik nog medicatie, 18 pillen per dag. En elk jaar krijg ik een oproep voor een ziekenhuiscontrole. In mijn hoofd schuilt altijd een bepaalde angst. Ik vertrouw mijn lijf niet meer. Ik kan namelijk nu weer iets onder de leden hebben waar ik er geen weet van heb. Toch probeer ik me daar niet te druk om te maken, want op kanker heb je geen grip. Ik voel me goed en durf dat ook weer uit te spreken. Zo stond ik een paar maanden terug bij de keukenboer met tranen in mijn ogen. Ik realiseerde me ineens; verdorie, ik ben gewoon een keuken aan het uitzoeken en daarmee met de toekomst bezig. Tot die tijd leefde ik met de dag, maar ik durf weer écht vooruit te kijken. Dat voelt zo fijn!