Psychosociale behandeling op maat bij darmkanker

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Publicatiedatum 14 maart 2019

Er bestaan veel vormen van psychosociale hulp bij kanker, maar de verwijzing naar deze zorg sluit niet altijd goed aan bij de daadwerkelijke behoeften van de patiënt. Hoe kan dit beter?

Doel van dit onderzoek

De onderzoekers gaan op zoek naar indicatoren waarmee het beter mogelijk wordt om te bepalen óf en wat voor psychosociale hulp patiënten met kanker nodig hebben.  

Waarom is dit onderzoek nodig?

Uit een eerdere studie van deze onderzoeksgroep blijkt dat het niet altijd lukt om de beschikbare psychosociale hulp te matchen met de behoeften van patiënten met kanker. Zo zijn er patiënten die volgens de Lastmeter een verhoogde kans op psychische problemen hebben, terwijl ze zelf geen behoefte aan psychische hulp hebben.

Na gesprekken met patiënten is geconcludeerd dat het noodzakelijk is om hierbij onderscheid te maken tussen adaptieve en niet-adaptieve emoties. Adaptieve emoties zijn emoties die horen bij kanker, zoals verdriet, angst en bezorgdheid. Ze helpen patiënten om zich aan te passen aan de ingrijpende gebeurtenis, kanker, en dienen onderscheiden te worden van niet-adaptieve emoties, zoals depressies en angststoornissen. De adaptieve emoties worden ervaren als emoties die helpen, de niet-adaptieve emoties helpen niet. 

De Lastmeter maakt geen onderscheid tussen deze emoties, waardoor de doorverwijzing naar psychosociale hulp ook niet altijd optimaal is. 

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om niet teveel variatie te krijgen in hoe mensen met verschillende soorten kanker omgaan, wordt in dit project ingezoomd op mensen met darmkanker. Gedurende twee weken krijgen deelnemers elke dag een aantal korte vragen over symptomen en activiteiten voorgelegd. 

De onderzoekers vergelijken 2 groepen: patiënten met adaptieve emoties en patiënten met niet-adaptieve emoties. Dit onderscheid maken ze op basis van (a) een kort interview, en (b) het oordeel van patiënten zelf over hun behoefte aan psychologische zorg. Om de indicatoren te toetsen worden patiënten met adaptieve en niet-adaptieve emoties vergeleken wat betreft hun emotionele symptomen, symptomen die samenhangen met de behandeling van kanker en activiteiten, zoals bepaald met de mobiele telefoon.

De meting vindt 3 maanden na de start van chemotherapie plaats. Omdat sommige patiënten mogelijk meer tijd nodig hebben om zich in emotioneel opzicht aan te passen aan de nieuwe situatie, vindt 6 maanden na de start van chemotherapie een tweede meting plaats.

Wat levert dit onderzoek op?

De indicatoren die in dit onderzoek gevonden worden kunnen gebruikt worden om ondersteuning en zorg  beter af te stemmen op de behoefte van mensen met kanker. 

In het geval van adaptieve emoties: vooral ondersteuning (door familie, vrienden, artsen en verpleegkundigen). In het geval van niet-adaptieve emoties: psychologische/psychiatrische behandelingen, die bij een ‘echte’ depressie of angststoornis toegepast wordt.