Een nieuwe biobank voor onderzoek naar agressieve hersentumoren

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 13 februari 2019

Achtergrond

Gliomen zijn agressieve hersentumoren die vrij makkelijk het omliggende hersenweefsel penetreren. Die groeiwijze maakt het voor de neurochirurg moeilijk om ze compleet te verwijderen. En dat maakt de ziekte in de praktijk ongeneeslijk.

Nu is er een type glioom dat bij jongere patiënten regelmatig voorkomt en dat in beginsel minder agressief is: het astrocytoom. Uiteindelijk wordt ook deze tumorvorm agressief en komt de tumor na de eerste operatie weer terug. Maar bij dit astrocytoom wil een tweede operatie nog wel eens helpen.

Uit eerste onderzoeken blijkt dat zo’n teruggekeerd astrocytoom moleculair heel verschillend kan zijn dan de eerste astrocytoom. En dat deze verschillen bepalend zijn voor de uitkomst van de behandeling. Het is echter lastig om deze eerste en tweede tumoren met elkaar te vergelijken, omdat er zo weinig patiënten zijn die beide operaties ondergaan. Daardoor is er niet veel weefsel beschikbaar om te onderzoeken.

Het onderzoek

In deze nationale studie wordt een grote biobank opgezet, met daarin zoveel mogelijk stukjes hersenweefsel. Het doel is om dit weefsel te vergelijken en inzicht te krijgen in de onderliggende moleculaire verschillen. Door dat inzicht te koppelen aan het ziekteverloop, moet het in de toekomst mogelijk zijn om te voorspellen hoe agressief de tumor zich gaat gedragen, en hoe een passende behandeling op maat kan worden samengesteld.

Relevantie voor de patiënt

De vooruitzichten bij een glioom zijn ongunstig. Onderzoek naar de ziekte wordt bemoeilijkt door de geringe hoeveelheid hersenweefsel om nieuwe behandelingen op te testen. Deze studie streeft ernaar de krachten te bundelen om iets voor de patiënten van de toekomst te betekenen: de mogelijkheid om een behandeling meer toe te spitsen op het individu.