Leefstijlaanpassingen om het borstkankerrisico na de overgang te verlagen

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Publicatiedatum 27 februari 2019

Bepaalde leefstijlfactoren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van borstkanker bij vrouwen na de overgang. Leefstijladvies is dan nodig, maar wie heeft baat bij welk advies?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek wil de onderzoeker bestuderen hoe (moment en methode) leefstijlaanpassingen het best toegepast kunnen worden om het risico op borstkanker bij vrouwen na de overgang (postmenopauzaal) te verlagen.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat het nu onduidelijk is wie welke leefstijladviezen moet krijgen zodat het risico op terugkeer van borstkanker bij postmenopauzale vrouwen afneemt.

Het borstkankerrisico kan bij postmenopauzale vrouwen toenemen door factoren als verminderde fysieke activiteit, alcoholinname, gewichtstoename en een hoger lichaamsvetpercentage. Bovendien hebben zij een hoger risico om opnieuw een vorm van kanker te krijgen of een andere ziekte, zoals
hart- en vaatziekten.

Daarom kunnen leefstijladviezen zinvol zijn. Alleen is momenteel niet bekend wat het beste moment hiervoor is, evenals de beste methode. Waarschijnlijk spelen hier individuele eigenschappen een rol bij.

Wat levert dit onderzoek op? 

Uit dit onderzoek zal moeten blijken of het passende moment en de juiste adviezen geïdentificeerd kunnen worden; en of deze kennis omgezet kan worden naar praktische aanbevelingen die in de oncologische richtlijn opgenomen kunnen worden. Bovendien zal deze richtlijn onder de aandacht gebracht worden bij artsen en andere behandelaars.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd? 

Om dit onderzoek uit te voeren zal de onderzoeker ruim 1000 vrouwen van 60 jaar en ouder benaderen die een jaar eerder de diagnose borstkanker te horen hebben gekregen. Zij krijgen tweemaal in één jaar een vragenlijst voorgelegd. Aan de hand van de resultaten hoopt de onderzoeker de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden.