De rem op leukemiecellen weer laten werken

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 19 februari 2019 

Achtergrond

Acute myeloïde leukemie (AML) is een ernstige vorm van bloedkanker. De ziekte kenmerkt zich door vroege voorlopercellen die zich niet meer normaal kunnen ontwikkelen tot volwassen bloedcellen en ongeremd blijven delen. Dit heeft tot gevolg dat gezonde bloedcellen worden verdrongen, waardoor de patiënt ernstig ziek wordt.

In de laatste decennia zijn de meeste afwijkingen in AML-cellen al goed in kaart gebracht. Het is echter nog steeds een grote uitdaging om gebruik maken van deze veelheid aan genetische informatie voor het daadwerkelijk behandelen van AML. Daarom is het ontzettend belangrijk om onderzoek te blijven doen naar de afwijkingen in AML die veel voorkomen. Er is namelijk een grote kans dat deze afwijkingen een centrale rol spelen in het ontstaan van AML; deze afwijkingen zijn dus interessant als ‘target’ voor medicijnontwikkeling en de verbetering van behandeling.

De rol van kleine RNAs

Ribonucleïnezuur (RNA) is één van de drie moleculen die essentieel zijn voor alle levensvormen (de andere twee zijn DNA en eiwit). In eerder onderzoek van deze groep is reeds ontdekt dat kleine RNAs, (microRNAs, of miRs), cruciaal zijn voor de alledaagse aanmaak van de verschillende soorten bloedcellen in ons lichaam. Ook blijkt dat de concentratie van miRs in kankercellen vaak afwijkt ten opzichte van normale cellen. Dit geldt zeker ook voor AML-patiënten.

Sommige miRs bevorderen de ontwikkeling van AML, terwijl andere miRs juist AML remmen. Deze remmende miRs zijn vaak uitgeschakeld in AML-cellen. Daardoor gaat ‘de rem’ eraf voor AML-cellen.

Het onderzoeksproject

In deze onderzoeksgroep is recentelijk ontdekt dat - in tegenstelling tot bij gezonde mensen - miR-139 in de bloedcellen van de meeste AML patiënten niet of nauwelijks aanwezig is. En ook dat miR-139 een belangrijke rol speelt in het opruimen van voorloperbloedcellen met te veel schade aan het DNA.

In dit onderzoek wordt miR-139 verder onderzocht. De onderzoekers denken dat wanneer miR-139 is uitgeschakeld, DNA-schade zich kan opstapelen in voorloperbloedcellen, waardoor ze uiteindelijk ontsporen en tot leukemie ontwikkelen. De onderzoekers willen proberen om miR-139 weer aan te zetten in AML-cellen, in de hoop de ontspoorde leukemiecellen te kunnen vernietigen.

Maar daar is wel eerst kennis voor nodig: kennis van het mechanisme dat miR-139 reguleert en uitzet in voorloper-bloedcellen bijvoorbeeld.  Om dat goed te kunnen onderzoeken hebben de onderzoekers een technologie ontwikkeld waarmee ze de concentratie van miR-139 kunstmatig kunnen verhogen. Hiermee willen ze verschillen tussen bloedvoorlopercellen mét en zonder miR-139 opsporen.

Wat levert dit onderzoek op?

Het molecuul miR-139 heeft een belangrijke antitumorwerking, zoveel is ondertussen wel duidelijk. Maar er is meer nodig. Als het de onderzoekers lukt om in dit project voldoende kennis te vergaren van de functie & aansturing van miR-139, en waarom het uitstaat in AML-cellen, kunnen ze in een vervolgstudie werken aan een toepassing in een nieuwe behandelmethode bij AML-patiënten.