Onderzoeker van de week: Martijn de Bruin

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Martijn de Bruin
Dr. Martijn de Bruin

​Het is mijn taak om nieuwe technieken de patiëntenzorg in te krijgen.

Dr. Martijn de Bruin

Laserdiagnostiek bij niertumoren

Steeds vaker worden bij toeval kleine niertumoren ontdekt. Dr. Martijn de Bruin, onderzoeker bij de afdeling Urologie en de afdeling Biomedical Engineering & Physics van het AMC: ‘De patiënt krijgt een scan voor iets anders, de nier staat er ook op en de radioloog denkt: hé.’ Ingrijpen is niet altijd nodig, want niertumoren van minder dan 4 cm doorsnede zijn in de minderheid van de gevallen (15-20%) kwaadaardig. Maar zoiets willen arts en patiënt natuurlijk graag zeker weten. De enige manier om daar achter te komen is met een holle naald een biopt uit de tumor nemen: een sliertje weefsel van 2 cm lang en 1 mm dun. De cellen in het sliertje kunnen worden onderzocht door een gespecialiseerde uro-patholoog.
 
De patiënt krijgt een scan voor iets anders, de nier staat er ook op en de radioloog denkt: hé.
 
Helaas is dat biopteren niet zo makkelijk. ‘Het is behoorlijk lastig om exact op de goede plek in een nier te prikken,’ vertelt de Bruin. ‘De uroloog kijkt op een tweedimensionale echo waar hij in de derde dimensie moet zijn en door het ademen van de patiënt beweegt de nier soms wel een paar cm heen en weer.’ Een biopt bevat in een kwart van de gevallen geen niertumorcellen, maar vet of dood weefsel. Dan kiezen de meeste patiënten toch voor de zekerheid voor chirurgie, of voor het door bevriezing of verhitting doden van de tumorcellen. Het nadeel daarvan is dat niet meer te controleren is of de tumor inderdaad kwaadaardig was.
 
Is het biopt wel gelukt, dan kan het nog misgaan bij het beoordelen van de niertumorcellen. Regelmatig blijkt na de operatie dat de verwijderde tumor toch niet kwaadaardig was. De Bruin vat samen: 'Gemiddeld is 30% van deze operaties achteraf onnodig.' Dat levert onnodig stress en risico’s op voor de patiënt, onnodige zorgkosten en onnodig gebruik van de tijd van de opererende uroloog. 
 

Vuurtorentje

Dat moet beter kunnen, vond de Bruin. Samen met de afdeling Urologie ontwikkelt hij nu een methode om objectief te kunnen vaststellen of een kleine niertumor kwaadaardig is of niet. Hij neemt een ‘optisch biopt’. In de holle naald zit dan ook een klein laserlampje dat 6.000 keer per minuut ronddraait, als een heel klein dolgedraaid vuurtorentje. Het laserlicht dringt 2 mm diep het weefsel in. De Bruin: ‘Het licht wordt teruggekaatst door de cellen rondom de naald en die weerkaatsing meten we. Want gezonde cellen, kankercellen, dode cellen en vet reflecteren allemaal een andere hoeveelheid licht.’ Het teruggekaatste licht wordt omgezet in een driedimensionaal digitaal plaatje van 2 mm dikte, met daarin de cellen die rondom de naald liggen. Dit plaatje kan weergegeven worden met een resolutie van 15 µm.
 
Gezonde cellen, kankercellen, dode cellen en vet reflecteren allemaal een andere hoeveelheid licht.
 
De Bruin heeft al aangetoond dat de hoeveelheid teruggekaatst licht anders is bij goedaardige niertumoren dan bij kwaadaardige. Nu wil hij nog weten of het mogelijk is om op deze manier verschillende soorten tumoren te onderscheiden van gezonde cellen, dode cellen en vet. Als dat lukt, heeft het lichtbiopt grote voordelen boven het weefselbiopt: de uitslag is binnen 10 minuten bekend. Dat betekent dat de patiënt niet een week in spanning hoeft te wachten, maar ook dat de uroloog meteen opnieuw kan prikken als hij de tumor heeft gemist. Ook is het in theorie heel makkelijk om de digitale uitslag door te mailen naar een collega, bijvoorbeeld om advies te vragen aan een internationale pathologie-expert. De praktijk is nu nog weerbarstig: ‘Het gaat om veel data, wel een paar gigabyte per biopt,' legt de Bruin uit. 'Maar daar wordt internationaal hard aan gewerkt.'
 

Technische geneeskunde

Martijn de Bruin is geen arts maar techneut: hij volgde na de havo en de mts in Ede de opleiding Optica en Fotonica, deed daarna aan de hts de analistenopleiding, liep stage bij het AMC en rolde van daaruit de wetenschap in. Hij liep stage bij het Wellman Center for Photomedicine aan de Harvard Medical School, haalde zijn master Medische Biochemie aan de UvA en promoveerde vervolgens bij de AMC-afdeling waar hij nu nog steeds werkt aan optische diagnostiek van onder andere urologische kanker.
 
Tegenwoordig is hij bruggenbouwer tussen de ontwikkelaars van nieuwe medische technologie en de zorg. ‘Het is mijn taak bij het AMC om nieuwe technieken de patiëntenzorg in te krijgen. Dat is helaas niet in 1 jaar gefikst. Het zorgvuldig ontwikkelen van technologie heeft tijd nodig. We volgen hier een internationale implementatiemethode om te zorgen dat de wetenschappelijke onderbouwing in orde is en dat we niet iets ontwikkelen waar geen vraag naar is. Je wilt het liefst dat het uiteindelijk in een richtlijn terecht komt.’ Belangstelling vanuit de artsenwereld is er in ieder geval voldoende. Niet alleen de urologie, maar ook de longkanker- en borstkankerchirurgie hebben grote interesse in de mogelijkheden van het optische biopt. Ze moeten nog een paar jaar geduld hebben.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: dr. D.M. (Martijn) de Bruin
Instituut: AMC Amsterdam
Vakgebied: Optische fysica
Start onderzoek: 1 september 2014
Looptijd: 4 jaar
Financiering KWF/ZonMw: 300.000,- euro

Snel van lab naar kliniek

​Dit onderzoek wordt gefinancierd vanuit het Programma Translationeel Onderzoek van ZonMw. KWF draagt financieel bij aan de oncologische projecten binnen dit programma.

Programma Translationeel Onderzoek

Meer onderzoekers

Benieuwd welke onderzoekers nog meer Onderzoeker van de Week zijn geweest?
Bekijk het archief