Onderzoeker van de week: Marrit Tuinman

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Marrit Tuinman

​We hopen patiënten houvast te kunnen bieden bij het onderhouden of versterken van hun sociale contacten.

Dr. Marrit Tuinman

Welke sociale contacten zorgen voor het beste herstel?

​Een luisterend oor, een helpende hand of alleen gezelschap: steun vanuit de omgeving is voor kankerpatiënten van levensbelang. Maar welke steun helpt nou het best en zijn er verschillen tussen patiënten met en zonder partner? Dr. Marrit Tuinman, gezondheidspsychologe bij het UMC Groningen, gaat het uitzoeken: “We richten ons op de vraag welke sociale contacten ervoor zorgen dat kankerpatiënten zich beter voelen. Dat is erg belangrijk om te weten, want het herstel na kanker vindt grotendeels plaats in de eigen omgeving en niet in het ziekenhuis.”

Marrit wil in kaart brengen hoe het soort contact (praten, gezelschap, praktische hulp) samenhangt met de problemen en zorgen die patiënten ervaren. “We willen graag weten welke contacten het welbevinden vergroten. Daarnaast gaan we onderzoeken of er barrières zijn bij het hebben van die contacten, zoals niet om hulp durven vragen, weinig mensen zien of angst voor negatieve reacties.”

Samen beter dan alleen?

Een belangrijke onderzoeksvraag is of patiënten met en zonder partner dezelfde mogelijkheden hebben om steun te krijgen van hun omgeving. Volgens Tuinman is het vrij uniek dat een studie dit onderscheid maakt: “In sociale context wordt meestal onderzoek gedaan naar echtparen, maar niet zo snel naar mensen zonder partner. Dat is een gemiste kans, want het betreft een grote groep.” 
 

Marrit verkende dit terrein al eerder. Ze deed onderzoek naar psychosociaal functioneren en depressie na kanker. Hieruit bleek dat patiënten zonder partner zich depressiever voelden en meer problemen ervoeren door hun ziekte. Vrijgezelle mannen met zaadbalkanker hadden evenveel sociale contacten als mannen met partner, maar de singles waren wel minder tevreden met deze contacten. Dat wil niet zeggen dat iedereen aan de partner moet. Collega’s van Tuinman ontdekten dat voor partners het contact ook niet altijd goed loopt: “De steun van partners stemt niet altijd overeen met wat de patiënt nodig heeft, net als de behoefte aan praten over emoties. Dat kan problemen geven. Als een patiënt weinig emoties laat zien maar zijn partner wel, ervaren zij beiden meer depressieve klachten dan bij paren waarin het wel matcht.”

De steun van partners stemt niet altijd overeen met wat de patiënt nodig heeft.


Voor het nieuwe onderzoek zijn minimaal 64 patiënten met en 64 patiënten zonder partner nodig. Marrit heeft gekozen voor personen bij wie in de afgelopen 2 jaar nier-, blaas- of darmkanker is gediagnosticeerd: “Deze diagnoses komen veel voor en ongeveer even vaak bij mannen als bij vrouwen. Bovendien is de eerste fase na diagnose meestal erg heftig. Het aantal sociale contacten daalt in die periode vrij snel. Terwijl de omgeving alweer overgaat tot de orde van de dag, heeft de patiënt nog volop behoefte aan contact en aandacht. Die mismatch levert waardevolle informatie op voor ons onderzoek.” 

Elektronisch dagboek

Deelnemende patiënten wordt gevraagd om een basisvragenlijst in te vullen en daarna  2 weken lang een elektronisch dagboek bij te houden: “We gaan vragen hoe ze zich voelen, welke contacten ze hebben gehad en hoe die verliepen. Voldeden ze aan de verwachtingen, waren er barrières, hoe kwam dat, etc.” Na afloop van de dagboekperiode volgen interviews. De ene helft van de geïnterviewden krijgt daarbij feedback over hun sociale patronen, de andere helft niet. 
 

Zelfhulptool

De interviews en feedbacksessies dienen het toekomstige doel van het onderzoek: het ontwikkelen van een zelfhulptool. “We gaan vergelijken of patiënten die wel en geen persoonlijke feedback krijgen, verschillen in hun mening over het dagboek en in hun behoefte om verder te werken aan hun sociale leven. Op die manier krijgen we inzicht in hoe patiënten feedback zouden willen krijgen over hun sociale contacten, wat hun sociale behoeftes zijn en wat hun wensen zijn ten aanzien van een zelfhulptool.” 


Het onderzoek is vooral van belang voor patiënten die een gemis voelen in hun sociale contacten en zelf willen werken aan het verbeteren daarvan: “We hopen deze patiënten houvast te kunnen bieden bij het onderhouden of versterken van hun sociale contacten. En zodoende meer mogelijkheden te bieden op een goed herstel.”

Select the Component and add.
Close

Dossier

Naam: dr. M.A. (Marrit) Tuinman
Instituut: UMC Groningen
Vakgebied: Gezondheidspsychologie
Start onderzoek: 1 juli 2016
Looptijd onderzoek: 4 jaar
Financiering KWF: € 371.000,-

Steun je dierbare

​Steun van de omgeving verbetert de kwaliteit van leven van kankerpatiënten. Ook na de behandeling blijft steun erg belangrijk.