Onderzoeker van de week: Gabri van der Pluijm

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Gabri van der Pluijm

​We hopen op zijn minst in kaart te brengen welke patiënten een verhoogd risico op uitzaaiingen hebben.

Dr. Gabri van der Pluijm, LUMC

Uitzaaien prostaatkanker voorspellen en behandelen

​Voor iedere patiënt kunnen voorspellen hoe zijn prostaatkanker op langere termijn zal verlopen, dat is het doel van Gabri van der Pluijm van het LUMC. "We hopen op zijn minst in kaart te brengen welke patiënten een verhoogd risico op uitzaaiingen hebben, en liefst willen we ze ook nog effectievere behandelingen kunnen bieden."
 
"Het is inderdaad een ambitieus project", beaamt Gabri van der Pluijm, hoofd van de onderzoeksgroep Urologie in het Leids Universitair Medisch Centrum. Van der Pluijm leidt het project waarvoor 6 onderzoeksinstellingen in 2015 gezamenlijk 1,8 miljoen euro kregen van het Alpe d'HuZes/KWF-fonds. Het doel is met name te ontrafelen hoe uitzaaiingen van prostaatkanker ontstaan, en liefst ook nog manieren te vinden om dit te voorkomen. Het project past in het streven naar personalized medicine, oftewel behandeling op maat. Daarbij wordt op basis van de specifieke moleculaire eigenschappen van zijn tumor voor iedere individuele patiënt bepaald welke behandeling het best werkt. "Nieuwe behandelmethodes hebben minder opgeleverd dan we met zijn allen gehoopt hadden. Uiteindelijk wordt uitgezaaide prostaatkanker nog altijd ongevoelig voor bestaande therapieën. Vandaar de urgentie om veel meer tijd te steken in onderzoek naar het ontstaan van uitzaaiingen."
 
Het grote probleem bij prostaatkanker is dat de eerste diagnoses vaak een te positief beeld geven.
 
Een blik op de cijfers maakt duidelijk dat ambitie en urgentie op hun plaats zijn. Jaarlijks wordt bij ongeveer 11.000 mannen prostaatkanker vastgesteld, waarmee het de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen is. Door de vergrijzing van de bevolking en de verbeterde diagnostiek zal het aantal nog verder toenemen. Ongeveer 2.600 mannen overlijden elk jaar aan de gevolgen van de ziekte. De overlevingscijfers voor prostaatkanker zijn de afgelopen 10 tot 15 jaar nauwelijks verbeterd.
 

Te positief

Het verloop van prostaatkanker draait in grote lijnen om de vraag of er wel of geen uitzaaiingen ontstaan. Zolang prostaatkanker gelokaliseerd is, als de tumor zich nog dus helemaal binnen de prostaat bevindt en niet is uitgezaaid, zijn de behandelmogelijkheden nog relatief goed. Na een operatie, bestraling of hormoonbehandeling, of een combinatie daarvan, is 70 tot 80 procent van de mannen daadwerkelijk genezen en kankervrij, zij het dat ze vaak niet langer een (werkende) prostaat hebben. "Maar het grote probleem bij prostaatkanker is dat de eerste diagnoses vaak een te positief beeld geven", zegt Van der Pluijm. "Bij 20 tot 30 procent van de mannen bij wie de tumor in eerste instantie gelokaliseerd lijkt, worden namelijk in de loop van de tijd toch uitzaaiingen gevonden, soms pas 5 of 10 jaar na de eerste diagnose. De grote klinische uitdaging is: hoe kun je vooraf bepalen welke mannen in die risicogroep van 20 tot 30 procent zitten?"
 
Hoe kun je vooraf bepalen welke mannen tot de risicogroep behoren?
 
Dat is de eerste grote vraag die Van der Pluijm en zijn medeonderzoekers uit Leiden, Utrecht, Rotterdam, Nijmegen en het Engelse York willen beantwoorden. Daarvoor gebruiken ze verschillende methodes. Zo worden onder meer stukjes van tumoren die operatief worden verwijderd in detail geanalyseerd om een 'moleculair profiel' van de tumor op te stellen: "Welke genen staan aan of uit, welke signaalroutes in de cel staan aan of uit, welke processen in de tumorcellen zijn verstoord? Patiënten die tumormateriaal hebben afgestaan, worden 6 jaar lang gevolgd om een verband te kunnen vinden tussen het moleculaire profiel van hun tumor en het ziekteverloop.
 

Zebravismodel

Een andere methode, ontwikkeld in samenwerking met een andere Leidse onderzoeksgroep, maakt gebruik van zebravisjes die speciaal geprepareerd zijn zodat hun bloedvaten gekleurd zijn. Als menselijke tumorcellen, die eerst fluorescerend zijn gemaakt, in de bloedvaten van de zebravisjes worden geïnjecteerd, is onder de microscoop te bekijken of ze zich goed- of kwaadaardig gedragen. "In de zebravisjes kunnen we precies volgen wat er met alle menselijke tumorcellen gebeurt. We zien ze voor onze ogen uit de bloedvaten kruipen en kunnen ze volgen om te zien of ze bijvoorbeeld in andere organen een uitzaaiing vormen." Daarmee denkt Van der Pluijm een goed modelsysteem te hebben om de agressiviteit van menselijke tumorcellen en hun vermogen om uitzaaiingen te vormen te testen. "In het ideale geval kunnen we in de toekomst tumormateriaal afnemen van een patiënt en testen hoe het zich gedraagt in zebravisjes. Op basis daarvan hopen we dan al in een heel vroeg stadium beter te kunnen voorspellen of die patiënt in de risicogroep valt."
 
Uiteindelijk worden de testresultaten van de verschillende onderzoeksmethodes verzameld in een grote database en worden de uitkomsten met elkaar vergeleken. Zo moet meer inzicht ontstaan in de vraag hoe je al direct bij de eerste diagnose van prostaatkanker kunt voorspellen of een man tot de risicogroep behoort.
 

Achilleshiel

De tweede grote vraag is vervolgens wat je kunt doen als je eenmaal hebt vastgesteld dat iemand een hoger risico loopt op uitzaaiingen. Van der Pluijm tempert de verwachtingen: "Het zal nog jaren duren voor we dat op basis van ons onderzoek kunnen, en ik weet natuurlijk niet waar we dan staan. Het ligt voor de hand om de risicogroep beter te monitoren of misschien al eerder te beginnen met behandelingen die nu pas in een later stadium worden gegeven. Het zal alleen altijd moeilijk blijven om preventief te gaan behandelen op basis van een vermoeden."
 
We hopen heel snel te kunnen voorspellen of tumoren reageren op medicijnen.
 
Toch hopen de onderzoekers ook op het gebied van behandeling stappen vooruit te maken. "We proberen in onze onderzoeksresultaten te ontdekken of een tumor een achilleshiel heeft die gericht aan te pakken is. Dat moet heel selectief gebeuren, want de optimale behandeling kan voor iedere patiënt verschillend zijn." Zo kunnen bijvoorbeeld bestaande, geregistreerde geneesmiddelen, die nu bij andere ziekten gebruikt worden, wellicht ook uitkomst bieden bij de behandeling van individuele prostaatkankerpatiënten. De onderzoeksgroep van Van der Pluijm heeft daarvoor een heel nieuwe methode ontwikkeld om van tumormateriaal dat bij een patiënt is afgenomen dunne plakjes te kweken. "Het grote voordeel is dat die plakjes sterk lijken op een tumor zoals die zich nog in de patiënt bevindt, veel meer dan de losse cellen waarmee nu vaak wordt gewerkt. Door medicijnen op die plakjes te testen hopen we heel snel te kunnen voorspellen of de echte tumor daarop zal reageren of niet."
 

Overbehandeling

Dergelijke testen zouden ook het risico op overbehandeling kunnen verkleinen. "Zo'n 45 procent van de patiënten met vergevorderde prostaatkanker reageert helemaal niet op chemotherapie", geeft Van der Pluijm als voorbeeld. "Ze hebben dus weinig voordeel van deze behandeling, maar krijgen wel last van de bijwerkingen."
 
In het project willen de onderzoekers een groot aantal bestaande medicijnen gaan testen in diverse, vernieuwende onderzoeksmodellen. Dat kunnen medicijnen zijn die nu tegen andere vormen van kanker worden gegeven, maar bijvoorbeeld ook antibiotica of een geneesmiddel tegen reuma. "Het kan zijn dat een combinatie daarvan perfect past bij een individuele patiënt, althans in een experimentele omgeving. Hopelijk levert ons onderzoek zo ideeën op voor nieuwe behandelstrategieën die klinisch getest kunnen gaan worden."

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: dr. G. (Gabri) van der Pluijm
Instituut: LUMC
Vakgebied: urologie
Start project: 1 juni 2015
Looptijd: 6 jaar
Financiering KWF: 1.831.953,- euro