Levertumoren van binnenuit op maat bestralen

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Levertumoren van binnenuit op maat bestralen

​We zijn nog lang niet klaar met innoveren.

prof. Marnix Lam

Interview met prof. Marnix Lam en dr. Jip Prince

Een tumor bestralen kan van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo ook bij levertumoren: mede dankzij KWF-financiering ontwikkelden onderzoekers in het UMC Utrecht een nieuwe methode voor inwendige bestraling met minuscule holmiumbolletjes. Deze radioactieve bolletjes zijn zo dik als een haar, worden met miljoenen tegelijk ingespoten, en lopen vast in de smalle bloedvaten van de tumor in de lever waar ze hun stralingswerk doen.
 
Helemaal nieuw is het concept ‘bestralen met kleine bolletjes’ overigens niet: dit gebeurt in de praktijk al langer met yttriumbolletjes. De holmiumbolletjes hebben echter een aantal eigenschappen waardoor ze een stuk aantrekkelijker zijn. Daarover later meer.
 
Dr. Jip Prince bekroonde begin 2016 zijn onderzoek naar holmiumbolletjes met een promotie aan de Universiteit Utrecht: “Dit was een beginnende studie bij een kleine patiëntengroep. We hebben bij 38 patiënten met uitzaaiingen naar de lever deze bolletjes ingespoten. Na 3, 6 en 12 maanden kregen ze een scan waarop representatieve uitzaaiingen gemeten werden. Driekwart van deze patiënten liet een respons zien. Dat wil zeggen: normaalgesproken blijft een tumor groeien, maar als ze niet groter worden of afnemen, dan noemen we dat een respons.”
 

De bolletjes volgen op beeld

Een belangrijk onderdeel van zijn onderzoek was het afbeelden van de bolletjes. “Holmiumbolletjes kun je terugzien op een scan. Dat onderscheidt ze van de yttriumbolletjes. Bij holmiumbolletjes kun je zien waar ze zijn terechtgekomen. Dan kun je de behandeling meer sturen op de patiënt.”
 
Juist dat gegeven staat centraal in het nieuwe onderzoeksproject van professor Lam. Hij legt uit: “Nu is het zo dat als we berekenen hoeveel bolletjes we moeten toedienen, we er vanuit gaan dat de bolletjes zich homogeen in de lever verdelen. Dat wil zeggen: als de lever 2 kilogram is geven we een x-aantal bolletjes, bij een lever van 4 kilo geven we 2 keer zoveel. Maar waar we in de toekomst naartoe willen is: hoeveel bolletjes komen er echt in de tumor terecht en hoeveel in het normale leverweefsel? Daar willen we op kunnen sturen.”
 
Waarom is dat zo belangrijk? “We zijn in de huidige behandeling nog heel voorzichtig in wat we doen. We willen niet teveel bolletjes toedienen, dan heeft de lever er teveel schade van. Maar omdat we aan de veilige kant blijven, blijft het gros van de patiënten in feite onderbehandeld. Wat we in dit onderzoek doen, is dat we eerst een kleine testdosis toedienen. De ene tumor neemt een beetje van deze dosis op, de ander veel meer, dat heeft te maken met hoeveel bloedvaten ze aanmaken. Op de scan zien we dan of de tumor de bolletjes goed naar zich toe zuigt. Als dat zo is, dan kunnen we veel meer geven.”
 
Met wat we in het UMC Utrecht doen, kunnen we wereldwijd veel impact hebben.
 
Het is een aanpak die moet leiden tot een behandeling op maat. “Nu is het nog teveel een ‘one size fits all’-benadering. Iedereen krijgt dezelfde behandeling, maar bij de ene werkt het wel en bij de andere patiënt niet. We moeten naar een individuele benadering toe. Met de testdosis kunnen we zien hoe de bolletjes zich verdelen in de lever en daar de behandeling op aanpassen.”
 

Wereldwijde impact

In zijn project richt Lam zich op patiënten met primaire leverkanker. Dat zijn er in Nederland niet zoveel, ruim 800 per jaar, maar wereldwijd is het een gigantisch probleem. “Dat komt door de oorzaken van primaire leverkanker, hepatitis en alcoholmisbruik”, weet Lam. “In Zuid-Amerika en Azië is het een belangrijke doodsoorzaak. We zijn nu ook aan het voorbereiden om met deze behandeling aan de slag te gaan in China. Met wat we in het UMC Utrecht doen, kunnen we wereldwijd veel impact hebben.”
 
Tevreden is Lam als de behandeling aan het eind van het project (dat 4 jaar duurt) heeft laten zien veilig en effectief te zijn. “Maar voordat de behandeling écht uitgekristalliseerd is, zijn we zeker wel 5 tot 10 jaar verder. Je moet er natuurlijk eerst veel patiënten mee hebben behandeld. Daarnaast moet er software omheen worden geschreven, de optimale therapieplanning moet worden onderzocht… wanneer dat allemaal is gelukt ben ik pas echt tevreden.”
 

Techniek, zorg & onderzoek

Wat beide onderzoekers zo aanspreekt in hun werk, is de mix tussen techniek, onderzoek en patiëntenzorg. Prince: “Ik heb lang getwijfeld tussen een studie Geneeskunde en Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Ik zit nu in de Radiologie, een goede combinatie tussen techniek en geneeskunde, en ben er dus helemaal op mijn plek. Onderzoek doen vormt daar bovendien een goede afwisseling bij.”
 
Lam is benieuwd wat de technologische vooruitgang in de komende jaren gaat bieden. “Ik vergelijk het wel eens met de iPhone en de iPad. Dat is zó snel gegaan in de afgelopen jaren! Maar wat voor mensen minder zichtbaar is, is dat er in de afgelopen jaren een vergelijkbare ontwikkeling gaande is in de medische technologie. En we zijn nog lang niet klaar met innoveren. Waar volgens mij nog heel veel winst valt te behalen, is het individualiseren van de kankerzorg. Wie geef je welke behandeling? De techniek van beeld en behandeling is daarbij ontzettend belangrijk.”

Select the Component and add.
Close

Dossier

​​Naam: prof. dr. Marnix Lam & dr. Jip Prince
Instituut: UMC Utrecht
Vakgebied: nucleaire geneeskunde & radiologie
Start onderzoek: 1 januari 2017
Looptijd: 4 jaar
Financiering KWF: €492,314.40