Onderzoeker van de week: Wilma Mesker

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Wilma Mesker

​Stroma krijgt steeds meer aandacht van onderzoekers.

Dr. Wilma Mesker

Een nieuwe blik op kankercellen en hun omgeving

Ze kan zich het moment nog helder voor de geest halen. Zo’n 10 jaar geleden vergeleek dr. Wilma Mesker tumormateriaal van verschillende patiënten met darmkanker. “Ik had stukjes weefsel van 10 patiënten met een gunstige prognose en van 10 patiënten met een slecht verloop van de ziekte. Wat opviel: bij patiënten met een goede prognose zagen we dat het weefsel onder de microscoop voor zo’n 80 tot 90 procent uit tumorcellen bestond. En bij patiënten die binnen 5 jaar waren overleden, was dat gehalte maar zo’n 30 procent.”
 
De verschillen in overleving tussen deze patiënten bleken opmerkelijk: waar bij patiënten met veel tumorcellen na 5 jaar nog 77 procent leven was, was dit percentage bij patiënten met weinig tumorcellen slechts 16 procent!
 
Op het eerste gezicht klinkt dat contra-intuïtief: meer tumorcellen, een betere prognose? Mesker ging dan ook gelijk naar een patholoog met haar bevinding. “Wat we zagen bij die patiënten met een slechte prognose, was veel bindweefselvorming in de tumor. Iets wat je in feite ook bij de genezing van wondjes ziet. Dat bindweefsel noemen we stroma. Na veel gepuzzel bleek dat we het volgende onderscheid konden maken: bestaat het weefsel voor meer dan de helft uit tumorcellen, dan is de prognose gunstig. Bestaat het voor meer dan de helft uit stroma, dan is er sprake van een agressieve tumor.”
 

Stroma als voorspellende factor

Haar verhaal staat aan de basis van dit recent gestarte onderzoeksproject, dat wordt gefinancierd uit het Alpe d'HuZes/KWF-fonds. Mesker gaat voor een grote groep patiënten onderzoeken in hoeverre de hoeveelheid stroma goed kan voorspellen of ze een agressieve of ‘milde’ darmtumor hebben. “Dat laatste kan heel belangrijk zijn voor oudere patiënten. Als hun tumor wordt geclassificeerd als stadium III, met uitzaaiingen, dan krijgen zij standaard een behandeling met chemotherapie. Terwijl op basis van hun stroma de helft van deze groep waarschijnlijk geen agressieve tumor heeft. Daar is dus sprake van overbehandeling. Moet je dat een patiënt van 70 jaar oud wel aandoen?”
 
Wat wij hebben gevonden is later ook door andere onderzoekers bevestigd.
 
Andersom geldt het net zo goed: “Patiënten die een stadium II-tumor hebben, krijgen nu niet standaard chemotherapie. Terwijl een kwart van die patiënten wel veel stroma heeft en dus een agressieve tumor die verdere behandeling behoeft.”
 
Waar vroeger de aandacht van pathologen en onderzoekers vooral op tumorcellen – en niet op stroma – was gericht, raakten de ontwikkelingen de afgelopen jaren in een stroomversnelling: “Stroma krijgt steeds meer aandacht van onderzoekers. Wat wij hebben gevonden is later ook door andere onderzoekers bevestigd. Uit een recente Chinese publicatie blijkt hetzelfde principe ook op te gaan bij andere tumoren, zoals borst, long, slokdarm, alvleesklier en baarmoederhalskanker.”
 

Onderzoek & implementatie

Hoewel er daarmee een sterke ‘zaak’ lijkt te zijn opgebouwd om voortaan standaard het stromagehalte in de tumor te bepalen, is daar eerst deze laatste studie voor nodig. “Top-pathologen in diverse Europese centra gaan scoren hoeveel stroma ze aantreffen bij patiënten in stadium II en III.”
 
De betrokken pathologen krijgen eerst een online training die hen leert hoe ze het beeld onder hun microscoop moeten interpreteren. “Op 1 augustus is hier dankzij financiering van KWF een onderzoeker begonnen die een e-learning samenstelt. Met een filmpje en testmateriaal kunnen pathologen zich bekwamen in deze methode. Vanaf 1 januari gaan de getrainde pathologen 1500 patiënten includeren in de studie.”
 
Om de onderzoeksresultaten daarna snel bij de patiënt te kunnen brengen, legt Mesker nu al de nodige contacten om de vervolgstappen soepel te laten verlopen. “Bij de European Society for Pathology vinden ze dit ook een interessant project, dat echt bij hen past. Daarom ben ik nu een kostenaanvraag aan het schrijven. Dat houdt in dat ik nu al een soort structuur organiseer om de uitkomsten van het onderzoek breder te trekken. Pathologen die nog niet overtuigd zijn, of naar andere dingen kijken, krijgen dan óók de beschikking over onze methoden. Zo kunnen ze die met elkaar vergelijken.”
 

De brug tussen onderzoek en patiënt

Die vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar een praktische toepassing voor de patiënt, is Mesker op het lijf geschreven: “Ik werk al meer dan 30 jaar in het onderzoek naar kanker. Eigenlijk kom ik van origine meer uit het fundamentele onderzoek. Maar toen ik eenmaal met de kliniek ging samenwerken sprak me dat zó aan! Ik floreer bij het genereren van nieuwe ideeën en de uitwerking daarvan. Zo krijg ik heel veel energie van het begeleiden van mijn PhD-studenten. Samen met hen stappen maken tussen onderzoek enerzijds en de patiënt en arts anderzijds; dat is hartstikke leuk!”

Select the Component and add.
Close

Dossier

​​Naam: dr. Wilma Mesker
Instituut: LUMC
Vakgebied: Pathologie
Start onderzoek: 1 juli 2017
Looptijd: 3 jaar
Financiering KWF: € €625,627.70